online
We hebben 8 gasten online
Enquete
Zou u KID overwegen als uw man onvruchtbaar was
 
mod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_counter
mod_vvisit_counterVandaag12
mod_vvisit_counterGisteren26
mod_vvisit_counterDeze week12
mod_vvisit_counterVorige week191
mod_vvisit_counterDeze maand726
mod_vvisit_counterVorige maand810
mod_vvisit_counterTotaal126041

Online (20 minuten geleden): 1
Jouw IP: 54.224.230.51
,
datum: 24 - 09 -2017 tijd: 10:24
Welkom op kiddroom.nl. Laatste update-11-12-2014 om 11.00. Kiddroom wenst u fijne feestdagen en een hoopvol 2015 toe.Wij zijn bezig met een geheel vernieuwde website.

Interview

Inhoudsopgave
Interview
Interview Telegraaf
Mijn Geheim 1
Mijn Geheim Zomerspecial
Alle pagina's

Dit interview van ons heeft in het blad Esta gestaan.

Op zoek naar zaad


esta

Drie jaar lang proberen ze zwanger te worden. Maar tevergeefs.Gerrit (36) en Lieneke (38) kwamen na onderzoek in het ziekenhuis achter waarom:hij heeft het syndroom van Klinefelther. Dit is een afwijking aan het geslachtschromosoom waardoor er geen zaadcellen worden aangemaakt.Lieneke:" Voor ons stond vast dat we samen oud wilden worden met kinderen. Gerrit was de eerste die over een spermadonor begon. Mijn eerste reactie was nee. Ik wilde helemaal geen kind van een vreemde. Een vriend van ons bood toen spontaan zijn sperma aan. Maar dat kwam weer te dichtbij. Je komt natuurlijk bij mekaar over de vloer en zo blijft de donor regelmatig in beeld. We hebben er lang over nagedacht voor we er uit waren. Tenslotte weet je niet precies wat je te wachten staat met een onbekende donor. Uiteindelijk besloten we daar wel voor te kiezen. Vanaf dat moment konden we binnen een jaar in het ziekenhuis terecht voor kunstmatige inseminatie. Zestig jaar geleden was de eerste kunstmatige inseminatie met donorsperma (KID) in Nederland een feit Sindsdien zijn er 35.000 kinderen op deze manier verwekt. Werd een koppel destijds nog van harte geadviseerd om later niet te vertellen hoe de vork daadwerkelijk in de steel zat,vandaag de dag weegt het belang van het kind zwaarder dan de keuze van de ouders en de privacy van de donor. Op 1 juni 2004 is de wet donorgevens kunstmatige bevruchting in werking gegaan .Dit betekent dat KID-kinderen makkelijker kunnen achterhalenvan wie zij afstammen. Dat wil niet zeggen dat de ouders verplicht zijn om hun kind openheid van zaken te geven. Alleen is de keuze voor anonieme donor,wat voor die tijd nog mogelijk was,er niet meer bij. Resultaat:het aantal zaaddonoren kelderde enorm,een groot aantal spermabanken moest zijn deuren sluiten en de wachttijden namen drastisch toe. Lieneke en Gerrit hadden geluk. Zij konden redelijk snel terecht bij de spermabank van het Leids Universitair Medisch Centrum,voorheen Nederlands grootste spermabank,die inmiddels gesloten is. Binnen twee jaar kregen hun dochter Lianne (3) en Jarco (2). De inseminaties voor de eerste zwangerschap gingen vlak voor de wetswijziging van start,zodat er nog voor een anonieme donor gekozen kon worden. Toch deden ze dat niet. Wij vinden het vanzelfsprekent dat er een moment komt waarop we onze kinderen vertellen waar we vandaan komen,zegt Lieneke. Als ze willen weten van wie ze daadwerkelijk afstammen,wie zijn wij dan om ze dat recht te onthouden? Gerrit sluit zich daar voledig bij aan:Als onze kinderen hun donor willen ontmoeten dan vind ik dat prima. Wat mij betreft breng ik ze er zelfs naartoe. De donor vind ik een beste kerel. Dankzij hem hebben Lieneke en ik twee mooie kinderen

Als dochter Ira haar donor zou willen ontmoeten,zou Yvette (39) haar stimuleren. Na veel wikken en wegen koos Yvette heel bewust voor het alleenstaand moederschap. Ik heb altijd kinderen gewild.Als me tien jaar geleden was gevraagd of ik een alleenstaande moeder zou willen worden had ik nee gezegd. Er zijn mensen die vinden dat ik Ira een vader heb ontnomen. Ik vind zelf dat ik mijn dochter ook veel te bieden heb. Bovendien kan ik nog ver na mijn 40e een partner tegenkomen. Een kind krijgen is er dan niet meer bij. Nadat Yvette haar besluit had genomen werd ze,vanwege een tekort aan donoren,door de spermabank verzocht om eerst zelf op zoek te gaan naar een geschikte donor. Ik zou nooit voor een anonieme donor gekozen hebben. Ik weet niet hoe ik aan mijn kind zou moeten uitleggen dat ik alle deuren naar haar biologische vader bij voorbaat had gesloten.' Over het algemeen komen alleenstaande vrouwen en lesbiennes vaker in het ciruit van krantenadvertenties en internetoproepjes terecht. Yvette vond een geschikte kandidaat via een goede vriendin. Toch liep dat op niks uit.' Hij stelde als voorwaarde dat het zeggenschap over het kind naar hem zou gaan als er met mij wat zou gebeuren. Ik waardeer het dat hij zich betrokken voelde,maar mijn antwoord was nee. Het is tenslotte mijn kind.'Yvette werd hierna alsnog op de wachtlijst gezet. Voor alleenstaande en lesbische vrouwen lijkt het aantrekkelijker om zelf een zoektocht naar een donor te starten. Nederland heeft op dit moment slechts negen spermabanken waar zowel heterostellen,alleenstaande als lesbische koppels terechtkunnen. Maar het feit dat je bij een spermabank gegarandeerd bent van gezond zaad,uitgesloten van ziektes en voor zover controleerbaar geen erfelijke aandoeningen van de donor,kent een zelf uitgekozen zaaddonor een groot nadeel. Het vaak gebruikte donorcontract dat duidelijker moet bieden over een rol-of het ontbreken daarvan-van het biologiche vader, blijkt in de praktijk niet veel waarde te hebben. Jaarlijks komt het gemiddelde tien keer voor dat een spermadonor na de geboorte van het kind alsnog zijn vaderrol bij de rechter opeist. Met als gevolg dat de donor steeds vaker een omgangsregeling met het kind krijgt toegewezen. Ineke Heesterkerk,maatschappelijk werkster bij het FIOM in Leiden,ziet dat het belang van zowel de ouders als het kind vaak bewust wordt afgewogen in de keuze omtrent de donor.' Het is goed om vooraf na te denken wat de consequenties van je beslissing zijn. De ene keuze is niet perse beter dan de andere,omdat het heel erg van de situatie afhankelijk is. Sommige stellen hebben er moeite mee hun kind te moeten vertellen dat er sprake is geweest van een zaaddonor. Vooral voor een man kan dat heel lastig zijn. Een spermabank is in dat geval veel anoniemer en dat maakt het voor mensen veiliger. Je staat niet in contact met de donor en hoeft samen geen afspraken vast te leggen. Een bekende donor daarentegen is direct aanwijsbaar .Voor kinderen die benieuwd zijn naar hun identiteit is dat belangrijk.'

Toch was er één onoverkomelijk probleem bij de spermabank waar zowel Gerrit en Lieneke als Yvette tegen aanliepen:donorschaarste. Lieneke en haar man hadden namelijk graag nog een derde kindje gewild,alleen was het zaad van hun donor niet meer beschikbaar. Het LUMC behoort tot de klinieken die onder andere wegens gebrek aan donoren genoodzaakt was te sluiten. Dit was voor beiden een reden om het er verder bij te laten. De donor van Yvette was ook niet langer beschikbaar. Het landelijke beleid is immers dat donorzaad nooit meer dan 25 keer tot een zwangerschap mag leiden. Hierdoor kwam zij voor hetzelfde dilemma te staan. Yvette heeft echter wel besloten om opnieuw zwanger te worden. Schaarste op de zaaddonormarkt is van alle tijden. Maar waren er in 1990 nog bijna duizend donoren,vlak voor de wetswijzegingen is dit aantal terugelopen tot onder de driehonderd. Sommige ziekenhuizen hebben een aanmeldingsstop moeten inlassen. Wachttijden kunnen oplopen tot twee jaar. Vrouwen die zelf een donor aandragen omzeilen op die manier de wachtlijst. Inmiddels zit er wel weer een stijgende lijn in het aantal beschikbare donoren.' Mannen die nu besluiten om hun sperma af te staan,kiezen hier veel bewuster voor dan in het verleden werd gedaan.' Met andere woorden:dubieuze types blijven buiten de deur. Evenals donoren die uit zijn op een extra zakcentje. Het doneren van sperma is absoluut geen vorm van bijverdienste. Het is verboden om lichaamsmatriaal te verhandelen. Meer dan een reiskosten en een broodje zit er niet in.

De toekomst van zaaddonoren hangt niet meer aan een zijden draadje. Cijfers verschillen per kliniek,maar volgens dr. Crooij,gynaecoloog in het Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp,is het aantal donoren weer flink ingelopen. En ook al kunnen lesbiennes en alleenstaande vrouwen niet bij elke kliniek worden behandelt, het ziet er niet naar uit dat hun kinderwens echt in het geding komt .Het aanbod van sperma wordt evenredig verdeelt over alle categorieen. Wel worden alleenstaande vrouwen kritischer beoordeeld.' Zij zijn kwetsbaarder omdat ze overal alleen voor komen te staan. We willen altijd weten of zebeschikt over een sociaal netwerk. Als er aan haar motieven wordt getwijfeld volgt er een psycholoisch concult",aldus dr. Crooij. Zo nu en dan volgt naar aanleiding hiervan een afwijzing. Als gynaecoloog zit je er wel op de stoel van de rechter.wat voor ons geldt,is dat we voledig achter de medewerking van KID willen staan. Ergens vond Yvette het iets raars hebben dat een team van gynaecologen eerst moest vergaderen of ze uberhaupt in aanmerking kwam voor KID. Ze beaamt wel dat de arts haar zinnige vragen stelde.' Ik zie alleenstaand moederschap niet alleen maar als een geweldig plaatje. Het is behoorlijk pittig. Ik verwacht later veel vragen van Ira en heb me vaak afgevraagd of ik haar niet te veel ontneem. Maar kinderen met een vader hebben ook geen garanties. Tegenwoordig heb je zoveel verschillende soorten gezinnen. Daarom hoop ik dat bewust alleenstaande moeders ooit als volwaardige gezinsvorming worden geaccepteerd.

Website Esta

Tekst Laura van der Meer

 


Dit intervieuw van ons heeft in de Telegraaf (bijlage vrouw) gestaan.

Papa waarom lijk ik niet op jou.


Telegraaf

Gerrit (36) en Lieneke (38) zijn de trotse ouders van twee kinderen: Lianne van vier en Jarco van twee. De twee kindjes lijken sprekend op hun vader. En dat terwijl ze biologisch gezien helemaal geen band met hem hebben.' Ze hebben een heel goede match gemaakt in het ziekenhuis."zegt Gerrit." We waren ruim twee jaar aan het proberen om een kindje te krijgen, toen we erachter kwamen dat ik het Klinefeltersyndroom heb. Ik maak geen spermacellen aan.Onze wereld storte in. We hebben de mogelijkheid van adoptie overwogen,maar we wilden heel graag een kindje van onszelf. In het ziekenhuis vertelden ze ons toen over kunstmatige inseminatie met donorsperma. We hebben er informatie over opgezocht op de website van Freya een patientenvereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Mijn beste vriend bood direct zijn hulp aan,maar dat wilden we liever niet. Hij staat te dicht bij ons.Stel dat hij het niet eens zou zijn met de opvoeding? We hebben uiteindelijk gekozen voor kunstmatige inseminatie in een officieel ziekenhuis. Er werden psychologische tests bij ons afgenomen om de juiste match te vinden. Dat is goed gelukt.Ik was vanochtend nog bij de kapper en toen zei iemand: Wat lijkt uw zoontje toch veel op u! Ik zie het zelf ook. Ik mag dan niet zijn biologische vader zijn,maar hij lijkt echt op me. Ook in karakter. Ik ben een vrolijk mens en dat zijn allebei onze kinderen ook. Ik mocht zelf het sperma inbrengen bij Lieneke. Na vier pogingen was het raak:ze was zwanger. Jarco is met het sperma van dezelfde donor verwekt als Lianne en bij hem lukte het zelfs in één keer. Het waren meteen echt mijn kinderen. Ik heb het nooit anders gevoeld. We hebben er ook geen geheim van gemaakt dat Jarco en Lianne zijn verwekt met behulp van donorzaad. Waarom zouden we? Ik hoef me toch niet te schamen voor mijn onvruchtbaarheid? Nee we hebben zelf geen contact met de donor, maar zijn gegevens zijn wel bekend bij het ziekenhuis. Als onze kinderen zestien jaar zijn,kunnen ze die gegevens opvragen. Daar ben ik niet bang voor. Natuurlijk zullen ze nieuwsgierig zijn naar de donor, maar ik denk niet dat ze een band met hem willen oppakken. Ik ben hun papa die van hen houdt en voor ze zorgt. Hij is alleen maar de verwekker.

Tekst Marjolein Hurkmans

Bron De telegraaf (bijlage Vrouw)

Voor meer info over de Telegraaf: http://www.telegraaf.nl

 



Dit interview van ons heeft in het blad Mijn geheim gestaan.

Wij hebben geen enkele zaadcel bij u gevonden


geheimHet lukt Gerrit en Lieneke maar niet om zwanger te worden. In eerste instantie maken ze zich daar weinig zorgen om. Pas na een aantal onderzoeken weten ze wat er mis is.........

Als iemand mij tien jaar geleden op mijn trouwdag had voorspeld dat ik met behulp van een spermadonor kinderen zou krijgen, had ik gezegt:" Ga nou gauw. Dat wil ik niet."

De afgelopen jaren heb ik gemerkt hoe makkelijk je je grenzen verlegt als je een sterke kinderwens hebt, die niet één-twee-drie wordt vervuld. Het is maar goed dat ik die grenzen verlegt heb, want ik ben nu een gelukkige vader. De eerste periode van ons huwelijk zaten we nog niet zo over in dat zwanger worden bij ons niet snel ging. Pas na tweeéhalf jaar zijn we naar de huisarts gestapt. Daarna volgden de eerste onderzoeken en was het wachten op de uitslag. Daar zaten we dan op de dinsdagochtend na Pasen, bang voor het nieuws dat we te horen zouden krijgen. En het was inderdaad keihard nieuws. "Er zijn totaal geen zaadcellen gevonden." Geen zaadcellen? Geen enkele? Ik werd net zo bleek als Lieneke.

Voor verder onderzoek werden we doorverwezen naar de gynaecoloog. Eenmaal thuis kwamen bij ons allebei de tranen. Dit hadden we niet verwacht. Wat nu? We besloten eerst maar af te wachten wat de gynaecoloog zou zeggen. Misschienwaren er nog andere mogelijkheid. Maar bij de gynaecoloog kregen we hetzelfde te horen. Er werd een chromosomentest gedaanom de oorzaak te achterhalen en daar kwam uit dat ik het syndroom van Klinefelter heb. Ik heb een geslachtschromosoom teveel: XXY in plaats van XY. En één van die symptonen van het syndroom is dat er geen zaadcellen worden aangemaakt in mijn lichaam. "Ik geloof die dokter niet", zei ik opstandig, zoekend naar een opening." Ik wil een second opinion."

mg_GB__018

Op internet ging ik snuffelen naar meer informatie. Ik las alles over Klinefelter, KID (kunstmatige Inseminatie met Donorsperma, red.) en adoptie. De enige symptonen van Klinefelther die ik herkende waren het feit dat ik moeite had met taal had en dat ik een slecht geheugen had. Ook was ik als jongen erg verlegen geweest. Eén op de vijfhonderd mannen heeft het syndroom. En veel van hen komen daar pas achter als het niet lukt om kinderen te krijgen. We zijn naar lotgenotendagen geweest voor stellen waarvoor de man onvruchtbaar was. De hele zaal zat vol! Dat nam een hoop boosheid en eenzaamheid weg. "KID, dat zou toch voor ons ook een oploosing kunnen zijn", zei ik tegen Lieneke, toen ook de second opinion uitwees dat ik voor honderd procent onvruchtbaar was. O nee", zei ze "Ik wil geen vreemd zaad van een andere man." het was een moeilijke tijd. Waarom zij wel en ik niet, dacht ik als collega's op het werk vertelden over hun kinderen. Ik ging niet meer op kraambezoek. Op een middag kwam ik thuis uit mijn werk en trof Lieneke huilend achter de computer aan. Dat deed zo'n pijn. Ik had mijn eigen verdriet en ik vond het vreselijk dat ik haar kinderwens niet kon vervullen. Op internet had ik gelezen dat veel mannen bij hun vrouw weggingen als zij er niet langer tegen konden om haar verdriet te zien. Er zijn vrouwen die daar heel erg diep in gaan. Dat kwam niet bij mij op, maar ik sprak het wel uit tegen Lieneke. "Als je denkt dat je met een ander gelukkiger kunt worden..." Lieneke schudde haar hoofd. Ze wilde mij niet kwijt. In het begin hield ik mijn verdriet voor me, ik wilde Lieneke er niet mee belasten. Je kunt echter wel stoer je gevoelens wegdrukken, maar ooit komen ze er toch uit. Je moet de klap verwerken. En dat gaat alleen als je er over praat. Als je dat niet met je partner doet, dan loop je het gevaar uit elkaar te groeien. Je moet juist naar elkaar toegroeien om elkaar te kunnen steunen.

Naarmate we er meer over lazen, wist ik uiteindelijk ook Lieneke over te halen om voor het KID-traject te gaan. Meestal is het juist de man die overgehaald moet worden. Maar ik ben niet zo jaloers aangelegd. Het gaat tenslotte maar om een paar zaadcellen. En anders dan bij adoptie, zou ik mijn vrouw kunnen herkennen in ons kind. Het zou voor de helft van één van ons zijn. Bovendien wordt je karakter niet alleen bepaald door je genen,maar wordt ook gevormd door je opvoeding. En dat was mijn deel. Want samen met Lieneke zou ik daar zorg voor dragen. Een goede vriend van mij bood aan om donor te worden, maar dat vond ik niks. Dat kwam te dicht bij voor mij. Want je komt wel bij elkaar over de vloer.

We kozen liever voor een niet-anonieme donor via het ziekenhuis. We wisten dat deze uitgebreid getest zou worden en ik had er geen problemen mee wanneer onze kinderen hem later zouden willen opsporen. In een ziekenhuis word je als donor echt doorgelicht. ook je familie. Je mag niet met politie in aanraking zijn geweest. In je familie mogen geen ziektes als bijvoorbeeld hart- en vaatziekten voorkomen. Niet alleen op uitelijk, maar ook op karakter wordt gematcht. ik moest een uitvoerige lijst invullen bij de psycholoog. Echt van alles werd aan mij gevraagd. Hoe ik mijn bed uit kom bijvoorbeeld. Lachend? Of moet ik langzaam aan de dag wennen? Die herkenning is belangrijk voor de ontwikkeling van de band met je kind. De wachttijd bedroeg één jaar voor ons. Toen we eenmaal in het traject zaten, merkten ik dat mijn verdriet wegtrok. Het gaat allemaal wel goedkomen, wist ik. Lieneke moest thuis vanaf dag 10 van de menstruatiecyclus een urinetest doen. Wanneer de testsstreep donkerpaars kleurde, zou de eisprong binnen vierentwintig uur plaatsvinden en moesten we het ziekenhuis bellen om een afspraak voor de volgende dag maken.



In zo'n klein wit ziekenhuiskamertje moest Lieneke plaatsnemen op een gynaecologische stoel. Er werd een paar keer gecontroleerd of het buisje wel de juiste code had, en daarna mocht ik het donorzaad inbrengen. Wie zou daar nou achter zitten, ging het door m'n hoofd. hoe zou de donor er uit zien.

mg_GB__039Ik keek er naar uit om papa te worden. Ik zag me al luiers verschonen en de baby in bad doen
Een spannende tijd brak aan. De eerste keer mislukte de poging, de tweede keer ook, en ook de derde keer. We werden zenuwachtig. Zes keer mochten we het proberen. Daarna zouden de pogingen geévalueerd worden en een HSG (een onderzoek waaruit blijkt of de eileiders doorgangkelijk zijn) gemaakt worden, voor we aan een volgende ronde zes pogingen konden beginnen. Na de vierde inseminatie was Lieneke overtijd en konden we een zwangerschaptest doen. We keken samen naar het teststaafje en ik sprong nog eerder een gat in de lucht dan zij. Met de test in onze hand renden we naar het huis van mijn schoonmoeder die achter ons woont. Ze was net zo blij als wij!

Ik streepte de kalenderdagen af. Pas als de eerste twaalf weken voorbij waren, konden we ons veilig voelen. Daarna was het vooral samen genieten. Het maakten mij blij om Lieneke zo gelukkig te zien. En ik keek er naar uit om papa te worden. Ik zag me al luiers verschonen, een baby in een badje doen, voetballen, met het hele gezin naar het strand gaan. Emmertjes en schepjes mee. Een klein handje in de mijne. Bij de bevalling ging het bijna mis, omdat de baarmoedermond niet wilde ontsluiten. Ik was vreselijk bang dat Lieneke en ik weer samen verdrietig zouden zijn. Maar het ging goed. Op 9 september 2004 werd Lianne geboren. Op 9 mei 2006 volgde Jarco met behulp van de zelfde donor. Dit was het bij de eerste poging raak.

Ik weet dat er nog meer halfzusjes en halfbroertjes van Lianne en Jarco in Nederland rondlopen.

mg_GB__009

Voor veel mannen is het taboe om er open voor uit te komen dat hun kind via KID verwekt is. Ik heb daar geen moeite mee. Voor Lianne heb ik een boekje gekocht, waarin op niveau van een kind van haar leeftijd uitgelegd wordt wat KID is. Het verhaal gaat over een mama en papa die een kindje willen. Maar dan blijken de zaadcellen van papa kapot te zijn. Gelukkig krijgen ze dan een zaadcelletje van het ziekenhuis. Ik vind dat je kinderen zo vroeg mogelijk moet vertellen waar ze vandaan komen. Op jonge leeftijd acepteren ze de dingen zoals ze zijn. Als vrijwilliger bij Freya (landelijke en onafhankelijke vereniging voor mensen met vruchtbaarheids- problematiek, red) krijg ik vaak mailtjes van pubers die net te horen hebben gekregen dat ze via KID verwekt zijn. Die zijn dan echt even het spoor kwijt. Ook ouders durven vaak niet meer met die boodschap te komen als hun kinderen ouder zijn. Bang dat hun kinderen niet meer van hen zullen houden. Ik weet dat er nog meer halfbroertjes en halfzusjes van Lianne en Jarco in Nederland rondlopen. Soms zie ik wel eens iemand die op hun lijkt en dan denk ik: zou het? Ik vergeet moment dat mijn kinderen via kunstmatige inseminatie verwekt zijn. Maar dat komt ook door mijn werk en door mijn eigen website www.kiddroom.nl. Omdat ik zelf zoveel aan het contact met lotgenoten heb gehad, wil ik nu wat terug doen. Mijn vrienden luisteren naar mijn verdriet, maar ze konden zich niet echt inleven. Dat ik lekker kon chatten en spuien was heel belangrijk voor mij. Als het mijn kinderen waren geweest ,hoe zouden ze er dan uitzien, vraag ik me af. Zouden die wat meer de kat uit de boom kijken in bepaalde situaties? Lianne vind school leuk. Ik had daar vroeger helemaal geen zin in. Komt dat door de donor? Dat vergelijken gaat automatisch. Het zit gewoon in mijn hoofd. Maar het is niet zo dat ik daar verdrietig van wordt. Het zijn gedachtes die gaan en komen, meer niet. Ik vind het leuk om de dingen die ik ze leer terug te zien. Bijvoorbeeld netjes dank je wel te zeggen als je een kadootje krijgt. Ook vinden ze dingen leuk, alleen maar omdat ik ze leuk vind. En ze zijn allebij net zo stronteigenwijs als ik vroeger was. Jarco leek trouwens erg op Lieneke's broer, toen hij klein was. Je kunt zien dat hij familie is.


Sinds donoren geregistreerd worden en kinderen de mogelijkheid hebben om hun verwekker op te sporen, is er tekort aan donoren ontstaan. De wachtlijsten bedragentwee tot drie jaar. Veel donoren bieden zichzelf aan zonder de tussenkomst van een ziekenhuis. Er zijn er die dat uit zuivere motieven doen , vaak is er iemand in hun omgeving die kinderloos is gebleven en dat verdriet hebben ze van dichtbij ervaren. Maar dat weet je niet. Door de grote vraag naar donoren zijn er ook mensen die daar een handeltje uit slaan! Lieneke en ik zijn blij dat we voor KID gekozen hebben. Van de week zijn we naar Beekse bergen geweest met de kinderen. Het was echt een leuke, gezellige dag met het hele gezin. Zo,n dag die in je herinnering blijft. Als we samen verder waren gegaan hadden we dat niet gehad.

 

Tekst Helene Buis

bron Mijn Geheim

 


Dit interview van ons heeft in het blad Mijn Geheim Zomerspecial gestaan


Lieneke stond voor een lastige keuze....Ik wil zo graag Mama worden.


geheimAls blijkt dat Lieneke’s man geen kinderen kan verwekken, stort hun wereld in. Gerrit komt al snel met de optie kid, dus zaad van een donor. Zelf heeft hij daar geen problemen mee. Lieneke wil daar in eerste instantie niets van weten. Maar de kinderwens blijft...

Toen ik een paar maanden na ons trouwen nog niet zwanger was, begon het gepieker al. Ik dacht: er is misschien wel iets mis met Gerrit, hij is misschien onvruchtbaar of verminderd vruchtbaar. De ouders van Gerrit hadden na negen jaar pas hun eerste kind gekregen en de tweede kwam zeven jaar daarna. Daar klopte ook iets niet voor mijn gevoel. En de broer van Gerrit had ook pas na zes jaar zijn eerste kind gekregen. In het begin durfde ik mijn angst niet goed uit te spreken tegen Gerrit. Alsof ik hem alleen maar als een soort verwekker van mijn kind zag. Maar de teleurstelling werd elke maand groter. Ik was er constant mee bezig. Overal om ons heen werden kinderen geboren. Ik kreeg het daar steeds moeilijker mee. Een keer gingen we op kraamvisite bij vrienden. Toen we hun straat inreden, zei ik tegen Gerrit: ”Ze hebben nog meer visite, dat trek ik niet. Rijd maar weer weg.” We reden wat rondjes met de auto, op-nieuw de straat door, totdat de visite weg was. Toen durfde ik wel. Maar kraambezoeken bleven altijd moeilijk. Ik werk in een supermarkt. Bij ons in het dorp kent iedereen elkaar. En iedereen wist dat wij pas getrouwd waren. Klanten geven wel eens fooi, bij-voorbeeld als iets 4,80 euro is, dan geven ze 5 euro en willen ze geen wisselgeld terug. ”Voor de babyuitzet”, zeiden ze dan tegen mij. Pijnlijk. Gerrit zei: ”We moeten geduld hebben, vandaag of morgen is het raak.” Maar dat gebeurde dus niet.

img_0054_smallRuim twee jaar na ons trouwen gingen we naar de huisarts. Die liet een zaadonderzoek doen. Op vrij-dag voor Pasen belden we voor de uitslag naar de praktijk. De assistente zei: ”De dokter wil dat ik een afspraak met jullie maak, hij wil jullie persoonlijk spreken. Kom dinsdag na Pasen maar.” Nou, toen wist ik het al, er is iets niet goed. De uitslag was vernietigend. Er was geen enkele levende zaadcel gevonden. Ik was zo verdrietig. De huisarts zei dat er meer mogelijkheden waren om een kind te krijgen. ”Bespreek het maar met de gynaecoloog”, zei hij. Hij doelde op kid, kunstmatige inseminatie met donorzaad. Maar dat wilde ik niet. ”Ik wil geen zaad van een andere man”, zei ik. De gynaecoloog liet meer testen doen. Daar kwam uit dat Gerrit het syndroom van Klinefelter heeft. Hij heeft een geslachtschromosoom te veel: XXYin plaats van XY. Een van de symptomen van het syndroom van Klinefelter is dat er geen zaadcellen worden aangemaakt. Andere symptomen zijn: uiterlijke vrouwelijke kenmerken, lange dunne vingers, moeite met taal, een slecht geheugen, verlegenheid. Bij Gerrit klopte het een en ander wel: hij heeft moeite met taal, vergeet veel en was als kind heel verlegen. Uiterlijke kenmerken van Klinefelter heeft hij niet zo. Gerrit begon al snel over kid, hij wilde het wel. ”Het maakt mij niet uit dat het kind biologisch niet van mij is, ík word de vader”, zei hij. Ik zag het eerst helemaal niet zitten. Maar mijn kinderwens was zo sterk. Ik wilde zo dolgraag een keer zwanger zijn, bevallen, alles meemaken. Hoe zag een leven zonder kinderen er eigenlijk uit? Ik probeerde het me voor te stellen. Maar ik wilde dat niet. Ik werd daar heel verdrietig van. En ondertussen bleven er maar kinderen geboren worden om ons heen. Toen de zus van Gerrit zwanger was van de tweede vertelde hij me dat pas toen we terug waren van vakantie. Hij zei: ”Ik wilde je vakantie niet verpesten. Ik wist dat je het er moeilijk mee zou hebben.” Dat was ook zo. Natuurlijk ben je blij voor anderen, maar tegelijk doet het zo’n pijn.


Ik moest iets doen. Ik wilde geen andere man, ik wilde Gerrit. En ik wilde een kind met Gerrit!


Gerrit trof me een keer huilend achter de computer aan toen hij thuiskwam uit zijn werk. ”Als je denkt dat je met een ander, die wél vruchtbaar is, gelukkiger kunt worden, dan begrijp ik dat”, zei hij. Toen realiseerde ik me dat ik iets moest doen. Ik wilde geen andere man, ik wilde Gerrit. En ik wilde een kind met Gerrit! Ik ben me gaan verdiepen in kid. Ik las het boek Uit onbekende bron over kid. Op internet las ikervaringsverhalen van mensen die kid hadden gedaan en van kinderen die via kid waren verwekt. Allemaal positieve verhalen. Een vriend van Gerrit bood zich spontaan aan als donor. Hij had zelf zijn gezin compleet. Superlief natuurlijk, maar ik zag het niet zitten. Ik zei tegen Gerrit:"Als ik het wil, dan niet van iemand die we kennen. Ik ben bang dat ik dan altijd gelijkenissen ga zitten zoeken. Dat wil ik niet." Toch was ik nog niet om. Ik zat met vragen. Vertel je het aan je kinderen? En wanneer? En wil je dat ze later contact kunnen zoeken met de donor?


Ze zoeken een donor die qua uiterlijk én qua karakter zoveel mogelijk overeenkomsten met Gerrit vertoont


We gingen naar een bijeenkomst over kid van Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Dat was sowieso fijn. Lotgenoten, herkenning. We hoorden verhalen van mensen die kid hadden gedaan. Vroeger, zo’n twintig jaar geleden, moesten mensen nog tekenen voor geheimhouding als ze kid deden. Maar daar waren ze inmiddels van teruggekomen. Het is veel beter om het je kinderen wel te vertellen. Een man vertelde dat hij het zijn dochter had verteld toen ze vijftien was. Ze was heel boos geweest. Er werd nu geadviseerd het je kind zo vroeg mogelijk te vertellen. Dan groeit het ermee op en is er nooit een schokeffect. Mijn eerste twee vragen waren daarmee al beantwoord. En dan had je ook nog de keus tussen een A-donor en een B-donor. Een anonieme donor of een be-kende donor. Van de B-donor werden de gegevens opgeslagen. Die konden worden opgevraagd door de huisarts als er medische redenen voor waren en door het kind zelf als het twaalf jaar zou zijn. Dan moest je denken aan uiterlijke kenmerken, dus lengte, haarkleur, dat soort dingen. Als het kind zestien was, zou het contact kunnen zoeken met de donor. Daarmee was mijn derde vraag ook beantwoord. Ik zou willen dat mijn kind later contact kon zoeken met de donor. Dus zou ik kiezen voor een bekende donor. De twijfels die ik nog had verdwenen. Ik zei tegen Gerrit: ”Je kunt problemen wel van tevoren gaan bedenken, maar daar schiet je niks mee op. ”We lieten ons op de wachtlijst plaatsen in twee ziekenhuizen: in Utrecht en in Leiden. De werkwijzen daar spraken ons het meest aan. Er zijn bijvoorbeeld ook ziekenhuizen waar je zelf een donor kunt kiezen uit beschrijvingen, maar dat wilde ik absoluut niet. Vanwege dat plaatje waar ik het al eerder over had. Dat wilde ik niet. En ik moet ook zeggen dat ik heel blij ben dat we dat niet gedaan hebben. Ik heb nu al vaak als ik televisie kijk en er is iemand uit Leiden op, dat ik denk: zou dat de donor zijn? En dat wil ik helemaal niet, ik wil er geen plaatje bij en ik wil ook de mogelijkheid niet hebben om dat plaatje te krijgen. In oktober 2002 hadden we ons op de wachtlijsten laten zetten, in mei 2003 kwam het verlossende tele-foontje uit Leiden: we waren aan de beurt. Eindelijk konden we beginnen. Maar eerst volgden er nog tests en gesprekken met een psycholoog. Gerrit moest ellenlange vragenlijs-ten invullen. Met vragen zoals: Ben je chagrijnig? Hoe kom je ’s morgens je bed uit? Ben je jaloers? Ook moesthij dingen tekenen. En we moesten allebei een pas-foto inleveren, ze doen daar iets mee op de compu-ter, ze mixen die op de een of andere manier om te kijken wat voor kind daar uit zou kunnen komen. En dan zoeken ze dus een geschikte donor in hun bestand die én qua uiterlijk én qua karakter zoveel mogelijk overeenkomsten met Gerrit vertoont. Die donor is van te voren trouwens ook helemaal doorgelicht: getest op ziektes, zijn familiegeschiedenis wordt nagetrokken, de hele rataplan. In augustus kregen we echt groen licht. We waren, zeg maar, goedgekeurd en er was een goede donormatch gevonden. Nu moest ik ’aan de bak’. Vanaf de tiende dag van mijn cyclus deed ik elkedag een ovulatietest en toen die donkerpaars kleurde, betekende dat dat ik binnen vierentwintig uur mijn ovulatie zou hebben. Dus belde ik, zoals afgesproken was, het ziekenhuis. We moesten de volgende dag komen voor de inseminatie. Ik was behoorlijk zenuwachtig. ”Het is toch wel de goeie, hè?” vroeg ik in een halfslachtige poging om grappig te zijn tegen de gynaecoloog. ”Ja hoor”, zei hij. ”Ik heb al twee keer gecontroleerd of dit de juiste code is.” Wat ik fijn vond, was dat Gerrit de inseminatie bij mij mocht doen. Dat was spannend, maar ook heel mooi. Helaas was het niet meteen raak. Twee spannende weken later werd ik ongesteld. In oktober was de tweede poging, maar het ging weer mis. En in november mislukte de derde poging. Ik werd zenuwachtig. Na zes pogingen zouden ze tests bij mij gaan doen om te kijken of de eileiders wel doorgankelijk waren. Dan zouden weer zes pogingen volgen en daarna nog 3 keer IVF. Poging vier was in december. Twee weken later, op 28 december, stonden Gerrit en ik samen naar een zwangerschapstest te staren. Gerrit zag het nog eerder dan ik. ”Yes!” riep hij. ”Schat, we zijn zwanger!” Ik kon alleen maar huilen, ik was zo gelukkig. Als twee blije kinderen renden we samen naar mijn moeder, die vlak achter ons woont. Zwaaiend met de teststrip in mijn handen kwam ik daar binnen. Mijn moeder was ook ontzettend blij. ”We gaan het jaar goed uit”, zeiden we tegen elkaar. Na een heerlijke zwangerschap, waar we met volle teugen van genoten, beviel ik op 9 september 2004 van een prachtig mooi meisje dat heel erg op haar papa leek. Ik weet nog dat de verloskundige het zei toen ze Lianne vasthad: ”Goh, ze lijkt echt sprekend op haar vader.” Ik lachte trots. Later kwam ze erop terug. Ze had het dossier gele-zen waar ook in stond dat Lianne via kid was verwekt. ”Vond je het erg dat ik zei dat Lianne zo op Gerrit leek? Ik vind het zo stom van me. Maar ik dacht er gewoon niet aan”, zei ze. Nee, natuurlijk vond ik dat niet erg. Ik vond het heerlijk! Omdat we graag nóg een kindje wilden, heb ik een maand na de geboorte van Lianne al gebeld naar Leiden om te vragen of er nog zaad beschikbaar was van dezelfde donor. Dat was best nog even spannend. Ze gingen het uitzoeken. Een donor mag namelijk maar een bepaald aantal kinderen verwekken. En natuurlijk moest er ook voldoende zaad zijn voor meerdere pogingen. Maar gelukkig was dat er wel en werd het voor ons gereserveerd. Daar was ik wel heel blij om. Ik vond het belangrijk dat onze kinderen van elkaar in ieder geval honderd procent familie zouden zijn. Wel moesten we voor een tweede kind weer dezelf-de procedure doorlopen. Dus ook weer gesprekken met de psycholoog en de nodige testen bij de gynaecoloog, ook weer wachten op goedkeuring. Een behoorlijke zenuwentoestand, vond ik. Ik had geen geduld, ik wilde gewoon zo snel mogelijk weer zwanger worden! Mijn leeftijd begon ook mee te spelen: ik was in-middels vijfendertig. En mijn ovulatie zat er aan te komen, dus belde ik gewoon zelf naar het ziekenhuis. Ik vroeg: ”Mag ik al gaan testen?” En tot mijn eigen verbazing kreeg ik te horen dat het allemaal oké was. Ik mocht gaan testen en kon bellen zogauw als ik een positieve ovulatietest had.


Gerrit zag het nog eerder dan ik en hij riep: ’Yes, we zijn zwanger!’ Ik kon alleen maar huilen.


img_0063_smallDe volgende dag had ik die, dus belde ik meteen het ziekenhuis en de dag erop zaten we in het ziekenhuis voor de inseminatie. En twee weken later was ik zwanger. Bij de eerste poging dus al! Ja, dat was geweldig. Op 9 mei 2006, precies twintig maanden na Lianne, werd Jarco geboren. Een koningswens was vervuld, een dochter en een zoon, wat wil een mens nog meer? Ze zijn nu vijfenhalf en vier jaar, die twee van ons. Naar de buitenwereld zijn we heel open over hoe onze kinderen er zijn gekomen. Er is niets om ons voor te schamen. Iedereen om ons heen weet van de kid. Ook de leerkrachten op school, ja. De kinderen weten het zelf ook, dus zou het raar zijn als een leer-kracht ineens iets opvangt en niet weet hoe hij of zij daar op moet reageren. En naar de kinderen toe gaat het heel natuurlijk alle-maal. We hebben een voorleesboekje waarin op hun eigen niveau wordt uitgelegd wat kid is. Dat heet Een wereldwondertje. Het gaat over een papa en een mama die graag een kindje willen, maar de zaadjes van papa zijn ziek. En dan krijgen ze in het ziekenhuis een zaadje van een aardige meneer en dan wordt mama zwanger en krijgen ze een kindje. De kinderen weten nu al hoe het zit en dus zal er nooit een schrikmoment komen, dat vind ik heel belangrijk. Ze accepteren de dingen gewoon zoals ze zijn.


Niemand hoef zich te schamen

Natuurlijk ben ik me constant bewust van het feit dat de kinderen van een donor zijn. Dat vergeet je niet. Zo kan Lianne heel mooi tekenen. Gerrit kan ook mooi tekenen. Maar ik absoluut niet. Dus denk ik:dat zal ze wel van de donor hebben. Jarco lijkt veel op mijn broertje, toen hij de zelfde leeftijd had, en ik zie ook veel trekken van mijn vader in hem. Dat vind ik wel leuk, je kunt zien dat ze familie zijn. Toen ik nog met Lianne bij het consultatiebureau kwam, kreeg ik te horen dat ze qua lengte boven de lijn lag. Ze zou lang worden. Er is toen eve sprake geweest om een onderzoek te laten doen om te kijken hoe lang ze eigenlijk zou worden. We hebben toen ook gegevens van de donor opgevraagt via de stichting donorgegevens, waar hij gegistreerd is. Nee,ik wil niet weten hoe hij er uit ziet. Nieuwsgierig ben ik niet. Weet je,het kan ook een nadeel zijn alsje het weet. Mischien valt het tegen, heeft hij een onvriendelijke uitstraling. Dat wil ik gewoon niet weten.


Gerrit is actief als vrijwilliger bij Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Mensen kunnen hem bellen als ze vragen hebben. Zelf hebben we ook veel aan lotgenotencontact gehad toen we we net aan het praten waren over kid. Dus doen we op deze manier iets terug. Je hoort echt schrijnende verhalen hoor. Kinderen die even niets meer van hun vader moeten weten als ze te horen hebben gekregen dat ze verwekt zijn met zaad van een donor. Ik kan me dat ook wel voorstellen, de pubertijd is toch al zo,n moeilijke periode. Wij zeggen: vertel het de kinderen meteen, dan groeien ze ermee op en is het gewoon zoals het is. Maar iedereen moet dat zelf weten. Er zijn ook nog steeds veel mensen die het verzwijgen. Dus die komen het nooit te weten dat hun vader niet hun biologische vader is. Dat is ook een keuze natuurlijk. Nou ja, dat wij pleiten voor openheid lijkt me wel duidelijk. We denken dat mensen er vanzelf meer open over worden als kid uit die taboesfeer komt waarin het nu nog steeds zit. Mensen schamen zich er bijvoorbeeld nog vaak voor, mannen voelen zich geen echte man als ze zich niet kunnen voortplanten. Dat is onzin natuurlijk. Wij hopen er met ons verhaal toe bij te dragen kid uit de taboesfeer te halen. Kinderen hebben er recht om te weten waar ze vandaan komen. Maar goed, dat is een persoonlijke mening. Mijn kinderen mogen later ook contact zoeken met hun donor als ze dat zelf willen. En wij zullen ze daar zeker bij helpen als het ooit zover komt.


Tekst: José de Jonge

Voor meer informatie over kunstmatige inseminatie met donorsperma kun je terecht op: www.freya.nl , www.kidkits.nl en www.kidinformatie.com


Informatie over het syndroom van klinefelter vind je op www.klinefelter.nl

Wij willen Jose de Jonge en het blad Mijn Geheim bedanken dat we dit artikel mochten plaatsen op onze website.