online
We hebben 4 gasten online
Enquete
Zou u KID overwegen als uw man onvruchtbaar was
 
mod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_counter
mod_vvisit_counterVandaag12
mod_vvisit_counterGisteren26
mod_vvisit_counterDeze week12
mod_vvisit_counterVorige week191
mod_vvisit_counterDeze maand726
mod_vvisit_counterVorige maand810
mod_vvisit_counterTotaal126041

Online (20 minuten geleden): 1
Jouw IP: 54.224.230.51
,
datum: 24 - 09 -2017 tijd: 10:23
Welkom op kiddroom.nl. Laatste update-11-12-2014 om 11.00. Kiddroom wenst u fijne feestdagen en een hoopvol 2015 toe.Wij zijn bezig met een geheel vernieuwde website.

KID-ervaringen

Inhoudsopgave
KID-ervaringen
Geen partner, wel een kind
Kind van een donor
Ik wil weten waar ik vandaan kom
Wie is mijn vader
Moedige Moeders
Alle pagina's
Dit verhaal heeft in het blad Intiem Speciaal gestaan.
De puzzel is nu compleet
intiem_special_04 1Amanda (22) had altijd het gevoel dat er iets niet klopte in haar leven. Dat de dingen niet zo waren zoals ze leken te zijn. Waarom hadden zij en haar vader zo weinig gemeen? Waarom was er geen band? Op haar zestiende krijgt Amanda eindelijk het verhaal over haar echte vader te horen."De waarheid was vooral een opluchting."
Ik was twee jaar toen mijn ouders uit elkaar gingen. Na de scheiding kregen ze een lat-relatie. Mijn vader hield er niet van om gebonden te zijn aan tijd en afspraken. Hij kwam en ging wanneer hem dat uitkwam. Dat vond mijn moeder niet echt leuk,maar ze hield nog steeds van hem. Bovendien wilde ze dat contact tussen hem en mij bleef bestaan. Dat laaste was niet iets waar mijn vader uit zichzelf moeite voor deed. Hij vond het niet echt belangrijk. Hij hoefde me niet regelmatig een heel weekend voor zichzelf te hebben. Hij had er dan ook niets op tegen dat mijn moeder de voogdij over mij kreeg. Toen ik zeven was,kreeg ik een broertje."Hoe kam dat nou? Jullie waren toch uit elkaar? "werd er tegen mijn moeder geroepen." Gaan jullie het opnieuw proberen?. Mijn moeder lachte maar wat. Ze kon het niet uitleggen zonder het geheim van haar en mijn vader te verraden. Ik noemde mijn vader dan wel pa,maar ik had met hem niet de band die je met je pa zou moeten hebben. Ik denk dat dat ook kwam omdat we helemaal niet op elkaar leken. We hadden weinig gemeen. Alleen winkelen vonden we allebei leuk. Mijn vader nam me af en toe mee de stad in en dan kreeg ik altijd wel iets wat ik graag wilde hebben. Maar zelfs dan voelde ik me niet echt met hem verbonden. Daarvoor waren we gewoon te verschillend. Ik ben uitbundig en houd van mensen om me heen. Hij is nogal ingetogen man,normaal is voor hem gek genoeg
Hij heeft een voorkeur voor rustige,brave pasteltinten,ik graai het liefst in de rekken waar de felle kleuren hangen en heb een zwak voor opvallende oorbellen. Geen parelknopjes voor mij. Mijn vader loopt niet snel ergens warm voor. Of het nu gaat om een weekendje weg of spontaan een ijsje kopen,hij is het meestal direct:'Ja doen! Leuk!' Ook qua uiterlijk lijken we helemaal niet op elkaar. Hij is lang en hoekig,terwijl ik klein van stuk ben. Net als mijn vader heb ik bruin haar en bruine ogen,maar hij heeft wel een Nederlandse puntneus en een heel witte huid. In de zomer hoef ik maar even in de zon te gaan zitten en dan ben ik al bruin."Uit welk land kom jij?" werd me eens gevraagd. Mijn donkere huid had ik ook niet van mijn opa en oma. Andere familie van mijn vaders kant heb ik nooit leren kennen. Het leuke was wel dat mijn broertje steeds meer op mij ging lijken toen hij ouder werd. Net als ik werd hij ook snel bruin. Is dat hun vader?"werd er soms aan mijn moeder gevraagd als we met ons gezin ergens naartoe gingen. En dan knikte mijn moeder altijd ijverig. Mijn vader hield heel veel van mijn moeder. Dat merkte je aan alles. Hij kon haar echt opvreten met zijn ogen. Hij deed alles om haar gelukkig te maken. Naar ons toe had hij die gevoelens niet. Wij waren de kinderen van zijn vrouw. Hij behandelde ons goed en hij vond ons ook wel leuk,maar dan meer zoals je je neefje of nichtje leuk kunt vinden. Het was mijn broertje,mijn moeder en ik aan de ene kant en hij aan de andere kant. Hij wilde wel dat we goede cijfers haalde n en nette kleren droegen,want anders werd hij daarop aangekeken. Maar hij was nooit trots op ons omdat we simpelweg zijn kinderen waren. Hij gaf ons op onze kop als we niet naar onze moeder luisterden of als we ons niet aan de regels hadden gehouden. Maar hij zei nooit tegen haar dat ze iets door de vingers moest zien omdat we nog maar kinderen waren. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit op zijn schoot heb gezeten of samen met hem een balletje heb getrapt. Of dat hij belangstelling had voor mijn verhalen.
Hij heeft een voorkeur voor rustige,brave pasteltinten,ik graai het liefst in de rekken waar de felle kleuren hangen en heb een zwak voor opvallende oorbellen. Geen parelknopjes voor mij. Mijn vader loopt niet snel ergens warm voor. Of het nu gaat om een weekendje weg of spontaan een ijsje kopen,hij is het meestal direct:'Ja doen! Leuk!' Ook qua uiterlijk lijken we helemaal niet op elkaar. Hij is lang en hoekig,terwijl ik klein van stuk ben. Net als mijn vader heb ik bruin haar en bruine ogen,maar hij heeft wel een Nederlandse puntneus en een heel witte huid. In de zomer hoef ik maar even in de zon te gaan zitten en dan ben ik al bruin."Uit welk land kom jij?" werd me eens gevraagd. Mijn donkere huid had ik ook niet van mijn opa en oma. Andere familie van mijn vaders kant heb ik nooit leren kennen. Het leuke was wel dat mijn broertje steeds meer op mij ging lijken toen hij ouder werd. Net als ik werd hij ook snel bruin. Is dat hun vader?"werd er soms aan mijn moeder gevraagd als we met ons gezin ergens naartoe gingen. En dan knikte mijn moeder altijd ijverig. Mijn vader hield heel veel van mijn moeder. Dat merkte je aan alles. Hij kon haar echt opvreten met zijn ogen. Hij deed alles om haar gelukkig te maken. Naar ons toe had hij die gevoelens niet. Wij waren de kinderen van zijn vrouw. Hij behandelde ons goed en hij vond ons ook wel leuk,maar dan meer zoals je je neefje of nichtje leuk kunt vinden. Het was mijn broertje,mijn moeder en ik aan de ene kant en hij aan de andere kant. Hij wilde wel dat we goede cijfers haalde n en nette kleren droegen,want anders werd hij daarop aangekeken. Maar hij was nooit trots op ons omdat we simpelweg zijn kinderen waren. Hij gaf ons op onze kop als we niet naar onze moeder luisterden of als we ons niet aan de regels hadden gehouden. Maar hij zei nooit tegen haar dat ze iets door de vingers moest zien omdat we nog maar kinderen waren. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit op zijn schoot heb gezeten of samen met hem een balletje heb getrapt. Of dat hij belangstelling had voor mijn verhalen.
Hij was de man die straf gaf,de man die bij mijn moeder hoorde. De man die we pa noemde,maar die ons niet het gevoel gaf dat hij echt familie was. Met mijn moeder had ik nooit ruzie. Ze was mijn allerbeste vriendin. Net zoals ik hield ze wel van een goede grap. Zo hebben we op vakantie een keer onze wekker voor de deur gezet van mensen die we de dag ervoor hadden leren kennen. Als die wekker afging,liet hij een bulderende lach horen. Wij lachten nog harder toen we die mensen met een verdwaasd en slaperig gezicht om het hoekje van hun kamerdeur zagen gluren. We gingen ook samen naar de openra. Dan was ik meestal het enige kind in de zaal. Dat vond ik wel gaaf. Toen ik zestien was,hadden mijn ouders om de haverklap ruzie. Het deed me niet veel. Ik was met heel andere dingen bezig dan de relatie van mijn ouders. Internet was net in opkomst. Ik mocht eindelijk uitgaan. ik vond het prima als mijn vader weer eens een paar weken niets van zich liet horen na een ruzie met mijn moeder. Lekker rustig! Wij vermaakte ons wel.
Maar op een gegeven moment was de koek echt op en liep hun relatie op de klippen. Kort daarop kreeg mijn moeder een nieuwe vriend,die helaas niet zo afwezig was als mijn vader. Ik had een bloedhekel aan hem omdat hij zich tussen mij en mijn moeder drong. En dat liet ik merken ook. Voor het eerst in mijn leven knalde ik met deuren en hoorde ik mezelf tegen mijn moeder tekeer gaan. Zij dacht dat ik zo moeilijk deed omdat onze vader mij en mijn broertje als een baksteen had laten vallen en dat ik daar verdriet om had. Op een avond,toen we bij haar vriend zaten,vroeg mijn moeder me of ik naast haar wilde komen zitten op de bank."Amanda",herhaalde mijn moeder,"Ik heb je vader beloofddat ik het je nooit zou vertellen. Maar ik denk dat ik het niet langer geheim voor je mag houden."Ze keek me lief aan.Ik begreep dat ze me iets ging vertellen waarvan ze hoopte dat het me zou helpen. Iets waarvoor ik mischien weer wat beter in mijn vel zou komen zitten. En dat was ook zo. Ik had altijd al het idee gehad dat er iets niet klopte in mijn leven. Dat er dingen niet zo waren zoals ze leken te zijn. Maar ik had nooit de vinger op de zere plek kunnen leggen. Als ik dat gevoel niet al die tijd al had gehad,zou ik helemaal ondersteboven zijn geweest van het verhaal van mijn moeder. Nu was het een storm die de puzzelstukjes van mijn jeugd op hun plaats blies.
Kinderen hebben ouders nodig die van hen houden,die trots op hen zijn,die zich betrokken voelen
"Ik heb altijd een sterke kinderwens gehad", zei mijn moeder. Als jong meisje had zich al aan het hoofd van een groot gezin zien staan. Toen ze een paar maanden na het huwelijk met mijn vader nog niet in verwachting was,stapten ze naar de huisarts en lieten ze zich allebij testen. Mijn vader bleek onvruchtbaar te zijn. Dat was een heel harde klap voor haar. En voor mijn vader. Hij wilde niet dat andere mensen zouden weten dat hij mijn moeder geen kinderen kon geven. Een echte sterke kinderwens had hij echter zelf niet. Hij had mijn moeder liever helemaal voor zichzelf alleen gehad. Maar omdat zij zich geen toekomst zonder kinderen kon voorstellen,stemde mijn vader in met KID (kunstmatige inseminatie met donorzaad,red.). Om haar een plezier te doen. En op voorwaarde dat het een geheim zou blijven. Achteraf zeg ik dat hij toen een grote fout heeft gemaakt. Je moet geen KID vader worden om je vrouw een plezier te doen. Je moet dat alleen doen als je weet dat je een echte vader kunt zijn voor je kinderen,ook al hebben ze de genen van een andere man. Want kinderen hebben ouders nodig die van hen houden,die trots op hen zijn,die zich betrokken voelen. Gevoelens laten zich niet laten afdwingen,hoe graag je dat ook zou willen. Dat is iets wat je goed moet beseffen bij die beslissing of je wel of niet voor KID kiest. Er werdt een donor van Georgische afkomst gevonden,zo vertelde mijn moeder. Een man met donker haar en bruine ogen,net zoals mijn vader. Een intelligente donor. Dat was de tweede eis die mijn vader had gesteld. Ik streek over mijn armen toen ik dit hoorde. Die waren voor een meisje veel te behaard. Nu wist ik hoe dat kwam. Mijn broertje had ook zoveel lichaamsbeharing,al was hij pas negen. En hij had net zoals ik donkere wenkbrauwen. Die kwamen natuurlijk van onze donorvader. Omdat mijn moeder blond is en blauwe ogen heeft,waren ze er bij het zoeken naar een geschikte match niet van uitgegaan dat we donkerder zouden uitvallen dan onze vader.
Toen ik geboren was,wilde mijn moeder in ieder geval nog één broertje of zusje voor me. Mijn ouders gingen door met KID. Er volgden een paar miskramen waar mijn moeder veel verdriet van heeft gehad. Ik was al zeven toen ik eindelijk het langverwachte broertje kreeg. Eventjes leek het er toen op dat het tussen mijn ouders weer beter zou gaan,maar al snel kwamen de ruzies terug .Ik heb vanavond mijn belofte verbroken,omdat ik dacht het een troost voor je zou zijn om te weten waarom je vader zich niet meer laat zien. Dat is heus niet jullie schuld. Hij voelt niet echt een band met jullie omdat hij jullie biologische vader niet is."Wat weet je nog meer van mijn donorvader?"vroeg ik aan mijn moeder. Hij heeft dus bruin haar en bruine ogen. Hij is van Georgische afkomst. Hij houd van schaken en van fietsen en hij werkt bij een bank. Het was een anonieme donor,dus dat is alles wat ik weet. De gegevens die wij kregen over de donor heeft je vader meegenomen."Eigenlijk had mijn moeder ons dit nooit mogen vertellen,maar ze kon het niet langer geheimhouden. Vooral niet nu onze vader zich had teruggetrokken uit ons leven."Dus daarom ben ik geen standaard-Hollandse',zei ik."Daarom lijk ik helemaal niet op mijn vader"Ik was blij dat mijn moeder eindelijk de waarheid verteld had. Ik had het erg gevonden als ze dat niet had gedaan. Niet omdat het mij verdriet deed dat mijn vader ons had laten vallen,maar omdat ik dan altijd het gevoel zou hebben gehouden dat er iets niet klopte in mijn leven.
Om het verhaal wat werkelijker te laten worden,heb ik het aan mijn beste vriendinnen verteld. Door er veel over te praten werd het meer eigen,kreeg ik er meer grip op. Sommige mensen waren heel verbaast ,maar bij anderen verdwenen er juist vraagtekens."O,dus daarom ben je wat kleiner en heb je bredere heupen dan de gemiddelde Nederlandse",was het dan. En toen Bin Laden op televisie kwam werdt er gegrapt."Kijk,Amanda ,mischien is dat je vader wel."In theorie kan het natuurlijk zo iemand zijn,maar dat weet je nooit. Ik denk dat mijn vader in dat geval echter niet naar een kliniek was gegaan. Daar wordt je getest en je mag als donor geen strafblad hebben. Ik wilde de donorgegevens graag bekijken,maar mijn vader beweerde dat de papieren die bij hem thuis moesten liggen kwijt waren. Ik geloofde hem niet.
Toen het contact met mijn vader eenrichtingsverkeer bleef,deed ik er geen moeite meer voor
Volgens mij wilde hij ze me gewoon niet laten zien. Mijn moeder heeft nog geprobeert om een kopie te bemachtigen,maar daar konden ze haar niet aan helpen. De gegevens waren inmiddels vernietigd. Een paar weken later lichte mijn moeder ook mijn broertje in. Dit keer bij ons thuis."O, oké", zei mijn broertje."Mag ik nu weer achter de computer?"Ik wist dat hij nooit echt een band met onze vader had gevoeld en dat het hem dus waarschijnlijk ook niet veel deed dat hij niet zijn echte vader was, Maar deze reactie van hem vond ik wel heel minimaal. Misschien moest hij het eerst voor zichzelf verwerken? Misschien deed hij alleen maar alsof hij zo in zijn spel verdiept was? Mijn moeder kwam er na die avond nog een paar keer op terug."Joh ", zei ze dan tegen mijm broertje,"als je er over wilt praten mag dat altijd,"Maar hij maakte daar geen gebruik van dat aanbod.Het interesseerde hem gewoon niet of de man die zich zijn vader noemde,de man die af en toe bij ons op bezoek was gekomen ,nu wel of niet zijn echte vader was. Hij hechtte niet zoveel waarde aan familie als ik.Het hoefde ook niet te weten wie zijn wie zijn donorvader was .Ik wel.
Ik probeerde wel contact met mijn vader te houden. Ik stuurde hem regelmatig een kaartje en belde hem op als hij jarig was geweest. Of ik ging een keertje langs en vertelde hem over mijn leven. Toen het na een jaar of twee nog steeds eenrichtingsverkeer was,deed ik er zelf ook geen moeite meer voor om contact in stand te houden. Zijn ouders,mijn opa en oma ,waren twee jaar daarvoor gestorven. Hen had ik ook niet meer. Mijn moeder werd opnieuw verliefd en met haar tweede vriend had ik totaal geen moeite. Ik woonde toen al niet meer thuis. Ik gunde haar een eigen leven,nu ik mezelf ook meer en meer van haar losmaakte.
Ik ben nu tweeentwintig en woon samen met Robin. Hij was mijn eerste vriendje en we zijn nog steeds bij elkaar. Robin heeft een sterkere kinderwens dan ik. Hij is ook heel leuk met kinderen en ik weet zeker dat hij een betrokken vader zal zijn. Dat vind ik belangrijk. We hebben het er wel eens over gehad wat we zouden doen als één van ons onvruchtbaar zou blijken te zijn. Ik denk dat we dan zouden kiezen voor adoptie. Ik wil geen KID. Robin en ik waren in alles elkaars eerste. En om dan van een andere man een kind te krijgen,nee dat zie ik niet zitten. Toen ik had gehoord dat ik via KID verwekt ben,ging ik op internet opzoek naar herkenning,naar ervaringen van donorvaders en andere kinderen. Ik stuite op het verhaal van een donorvader die niet anoniem wilde blijven. Het leek wel een verkooppraatje. Vrij verteld klonk het ongeveer zo:Hallo,ik ben Bram.ik zie er goed uit. Ik kan goed dansen en spreek verschillende talen. Heb je interesse in mijn zaad? Bel dan nu.Nou van zo,n man zou ik geen kind willen. Als mijn vader een niet anonieme donor was geweest,had ik zeker gebruikgemaakt van het recht om hem te leren kennen. Een luchtig contact,dat had ik graag gewild. Af en toe een kaartje of een krabbeltje op hyves. Misschien een bezoekje om hem te leren kennen. Zodat ik zou weten waar ik vandaan kom en wiens genen ik heb. Ik ga in de toekomst zeker een keer naar Georgié. Ik ben benieuwd naar het land waar mijn wortels liggen. Niet dat ik van plan om daar op bezoek te gaan naar familieleden. Ik denk dat het heel belangrijk voor me zal zijn om een indruk te krijgen van hoe de mensen daar denken en leven. Ik sta er helemaal achter dat donoren tegenwoordig hun gegevens moeten achterlaten. Een kind heeft het recht om te weten wie zijn of haar biologische ouders zijn. Er zullen kinderen zijn die dat niet belangrijk vinden,zoals mijn broertje. Andere kinderen willen gewoon dat deel van hun leven invullen en die moeten daar ook de kans toe krijgen.
Ik ga zeker ooit nog terug naar Georgië.Ik ben benieuwd naar het land waar mijn wortels liggen
Ik ben niet boos op mijn ouders omdat ze voor een donor gekozen hebben. Mijn moeder had een sterke kinderwens,mijn vader wilde haar gelukkig maken,en ze wisten niet hoe dat zou uitpakken voor mij. Je had toen nog geen internet. Je had geen toegang tot de ervaringsverhalen van anderen. Als je nadenkt over KID vind ik dat je je goed moet informeren over wat dat kan betekenen voor kinderen die op die maniet geboren worden. Want dat is nu wel mogelijk. Je moet verder kijken dan je eigen kinderwens. Als je man in eerste instantie tegen KID is,zet hem dan niet onder druk,probeer hem niet over te halen. Een man moet niet instemmen met KID omdat zijn vrouw het zo graag wil. Ook hij moet aan de kinderen denken en zich afvragen of hij het kan acepteren dat het kind genetisch gezien niet van hem is. Of hij daar wel een echte vader voor kan zijn. Je moet niet te snel denken dat het allemaal wel goed zal komen als het kind er eenmaal is. Ik voel me toch voor een deel ongewenst. Dat heeft zeker een tijdlang invloed gehad op mijn zelfbeeld. Ook omdat mijn vader vaak zat te zeuren over mijn gewicht en mijn puistjes. Als je dat hoort van iemand van wie je denkt dat het je vader is,komt dat harder aan dan wanneer een ander dat zegt. Nu weet ik dat we perfect moesten zijn omdat we dure kinderen waren. Dan mag je ook wel wat verwachten. Als ik van te voren had geweten hoe het allemaal zou aflopen,had ik jullie dit niet aangedaan".zei mijn moeder laatst."Maar ik was verliefd. Ik wilde verder met jullie vader. Ik wilde hem niet kwijt. Maar ik wilde ook dolgraag moeder worden.
Ik zou best wel eens met andere KID-kinderen ervaringen willen uitwisselen. Ik ken niemand die net zoals ik een anonieme donorvader heeft. Ik denk dat veel kinderen daar niet voor uit willen komen,maar er zijn vast ook veel kinderen die het gewoon niet weten. Als mijn ouders niet uit elkaar elkaar waren gegaan,had mijn moeder het me ook nooit verteld. Dan zou ik nooit de oorzaak hebben geweten van dat gevoel dat er iets niet klopte in mijn leven. Misschien was het anders geweest als ik meer op mijn vader had geleken,als hij me het gevoel had weten te geven dat ik bij hem hoorde. Om je aan iemand te kunnen hechten,is die herkenning heel belangrijk. Het is iets waar je als kind automatisch naar op zoek bent. Nu ik ouder word mis ik nog sterker een vaderfiguur dan in mijn jeugd. Een vader is belangrijk. Toen ik jong was,had ik het vooral fijn gevonden voor mijn moeder als ze bij een andere volwassende terecht had gekund. Dan was ze misschien ook altijd zo overbezorgt geweest. Een vader vertrouwd zijn kinderen nu eenmaal meestal meer toe dan een moeder. Misschien had ze me dan ook makkelijker kunnen loslaten. Mijn moeder vertelde me altijd veel en kon haar verhaal bij mij kwijt. Niet de zware dingen,maar wel de alledaagse probleempjes die haar bezig hielden. Toen ik bijna negentien was,konden mijn vriend en ik een flatje krijgen. Het was echt heel moeilijk voor mijn moeder om me te laten gaan,maar ik heb doorgezet. Ik dacht :als het nu moeilijk gaat,dan gaat het volgend jaar nog steeds moeilijk. Nu mijn moeder doorheeft dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop en nog steeds goed contact hebben is het prima. Ze ziet nu ook minder op het feit dat mijn broertje ook ooit het nest zal verlaten. Ik zou nu graag een vader hebben die mij begrijpt op de vlakken waarop mijn moeder mij niet begrijpt. Ik denk dat ik me een completer mens zou voelen als ik wist waar ik vandaan kwam. Mijn moeder is echt een fantastische moeder,maar ik worstel er toch mee dat het plaatje niet af is. Niet dat ik me daar elke dag bewust van ben,maar ik draag het wel altijd in me mee.
Tekst: Helene BuisI
k wil Amanda,Helene Buis en het blad Intiem bedanken dat ik dit artikel mag plaatsen op onze site
Bron: Intiem special

Geen partner,wel een kind
geheimHoe lang blijf je wachten op de man die nooit komt? vroeg Monique (39) zich af toen ze vierendertig jaar oud werd.Is het nou echt zo onoverkomelijk om in je eentje een kind op te voeden.
Als ik later groot ben ga ik trouwen en krijg ik twee kinderen. Een jongen en een meisje. Zo zag ik als jong meisje mijn toekomst.Ik begon pas aan dat toekomstbeeld te twijfelen toen ik begin dertig was en de ware nog steeds niet was tegengekomen. Mijn vriendinnen raakten een voor een in verwachting en daar kreeg ik het steeds moeilijker mee. Als ik met een cadeautje op kraamvisite kwam en hun kleintje bewonderde,was ik oprecht blij voor ze. Maar het deed pijn om elke keer opnieuw geconfronteerd te worden met mijn eigen onvervulde kinderwens. Hoe lang wil je nog blijven wachten op de man die nooit komt? dacht ik bij mezelf toen ik vierendertig was. Is het nou echt zo moeilijkom het alleen te moeten doen? Kijk naar je vriendinnen. Ze zijn getrouwd of wonen samen,maar de opvoeding van hun kinderen komt toch vooral op hen neer. En sommige zijn alweer vgescheiden en moeten het ook alleen doen. En een aantal moeten van een uitkering rondkomen en zij redden het toch ook? Je hebt geen man, maar wel een netwerk. Alle beren die jij op je weg ziet, zijn lang niet zo onoverwinnelijk als jij denkt. Ik had het met mijn vriendinnen over de mogelijkheid om BAM-moeder te worden. En ze vonden dat wel bij me passen,een bewust aleenstaande moeder."Monique, jij bent iemand die altijd de touwtjes in handen wilt houden",zei één van hen."Het past bij jou. En ik weet zeker dat je dat aankunt."De steun van mijn vriendinnen was het laatste duwtje dat ik nodig had. Maar je word niet zomaar BAM-moeder. Er waren nog een paar hordes die ik moest nemen.
Wordt Monique's grootste wens werkelijkheid.
Het eerste knelpunt was het gesprek met mijn ouders. Wat zouden zij wel zeggen?"Ach kind,er zijn toch zoveel vrouwen die het alleen moeten doen?"zei mijn moeder ,toen ik mijn verhaal had verteld.Ik zat met even mijn oren te klapperen. Kwam deze nuchtere reactie van mijn moeder? Ik was er wel heel blij mee. "En moet je daarvoor naar de huisarts" vroeg mijn vader,die het allemaal nog niet zo snel kon plaatsen. "Ja pa",zei ik. Het volgende gesprek waar ik tegenop zag was dat met de huisarts. Wat als hij het plan zou afkeuren? Maar als je kinderwens zo groot is als die van mij,dan zet je je over je angst heen en ga je naar het spreekuur."En? Wat kan ik voor je doen?" was zijn vraag. "Ik heb geen partner, ik ben vierendertig en ik wil een kind", zei ik. Hij keek op,"Nou laat ik hier dan maar even voor gaan zitten." We hadden een heel open gesprek, waarna ik de spreekkamer verliet met een verwijskaart voor het ziekenhuis, waarop geschreven stond dat ik een heel natuurlijke wens had om moeder te worden. Dat voelde zo goed. Mijn huisarts stond achter mij en vond mijn wens niet raar. Zes weken moest ik wachten op het intakegesprek in het ziekenhuis. In die tijd verzamelde ik argumenten waarmee ik hen ervan zou kunnen overtuigen dat mijn kindje bij mij niets tekort zou komen en ze me dus moesten helpen. Maar ik hoefde mezelf helemaal niet te verkopen. Het intakegesprek was kort en zakelijk. Er werd me gevraagd wat ik voor werk deed en wat ik verdiende. En ze gaven uitleg over de procedure. Omdat ik alleenstaand was, zou ik geen gebruik kunnen maken van hun spermabank. Getrouwde stellen gingen namelijk voor. Omdat donoren tegenwoordig niet meer anoniem konden blijven was het donorenbestand erg teruggelopen. Het betekende dat ik zelf een donor moest zoeken. De hele behandeling viel onder de basisverzekering dus dat werd vergoed. Er moest wel betaald worden voor de opslag van het sperma en voor de onderzoeken die elke donor elk half jaar moest ondergaan. Ik kreeg van hen een lijstje mee met adressen van websites waar ik advertenties zou kunnen plaatsen en vinden. Ik was al lid van het forum van bewust alleenstaande moeders geworden. En daar had ik ook tips gevonden. Bijvoorbeeld dat je een donorcontract kon opstellen. Dat had officieel geen rechtsgeldigheid,maar je kon iemand daarmee wel herinneren aan wat er afgesproken was.Er werd ook gewaarschuwd voor "foute donoren. Mannen die alleen via de natuurlijke weg wilden doneren en vaak onder verschillende namen advertenties plaatsen op forums. Of mannen die niet kwamen opdagen, of die iemand anders naar de afspraak stuurden. Het is verboden in Nederland, maar er zijn mannen die geld vragen voor hun diensten.
Spermadonatie op natuurlijke wijze? Nee,absoluut niet.Die reacties legde ik dan ook meteen opzij.
Ik besloot ook hierin de touwtjes in handen te houden en zelf een advertentie te plaatsen. Het had ook voordelen om zelf een donor uit te zoeken. Ik vond het namelijk fijn om een klik met de donor te hebben en te weten wie hij is. Ik kreeg verschillende reacties. Sommige mannen schreven al in de eerste alinea dat ze kozen voor spermadonatie op natuurlijke wijze. Die reacties legde ik direct opzij. Er was ook een reactie van een man die zichzelf aanbood als sperma donor als ik bereid was om een eicel af te staan aan zijn vrouw. Dat vond ik best moeilijk. Ik was zelf op zoek naar een donor. Ik vroeg anderen om belangenloos een deel van henzelf aan mij af te staan. Maar omgekeerd zou ik dat nooit willen doen. Ik vond het emotioneel gezien veel te moeilijk om mijn eitjes los te laten. Vooral omdat ik zelf nog nooit zwanger was geweest en niet wist of het ooit zou lukken. Maar ook omdat ik er niet tegen zou kunnen dat ergens een deel van mij zou rondlopen, waar ik niet voor zou mogen zorgen. Ik zou me daar toch verantwoordelijk voor blijven voelen. En dan was eiceldonatie niet iets dat ik mezelf moest aandoen. Uiteindelijk was er maar één reactie die me aansprak. Ik heb de schrijver een mailtje gestuurd. Een van tevoren bedacht vragenlijstje had ik bij de hand. Hoe oud ben je? Waarom heb je er voor gekozen om donor te worden? Heb je een levenspartner en staat die daar ook achter?
Het was een prachtig cadeau dat Roy mij had gegeven.
Ik kreeg een uitvoerige mail terug . Roy was alleenstaand. Hij had op zich niets tegen een relatie,maar hij was er alleen niet zo geschikt voor. Hij hield er niet van om zich aan te passen aan een ander. Hij wilde ook geen verantwoordelijkheid voor een kind hebben. Maar hij vond het wel een fijne gedachte dat hij iets zou nalaten op deze wereld. En als hij tegelijkertijd een ander kon helpen, was dat helemaal mooi. Zoals hij het formuleerde, klonk het niet alsof hij mij als broedmachine wilde gebruiken. Hij kwam heel open en eerlijk over. Zo ben ik ook. Ik laat ook iedereen het achterste van mijn tong zien. Wat niet altijd even slim is. Daarna hebben we twee maanden lang gemaild en elkaar afgetast. Hoe sta jij in het leven? Wat zijn jou interesses? Wat voor iemand ben jij? En toen kwam het spannende moment waarop we elkaar inlevende lijve zouden ontmoeten. We hadden ergens afgesproken voor een kop koffie, zodat we gelijk weg konden als het niet klikte. Maar nog steeds voelde het goed. Roy was geen man waar ik verliefd op zou worden, maar dat is iets wat ik sowieso niet zo snel word. En ik had ook niet het idee dat ik zijn type was.
Ik gaf hem zijn reisgeld,hij mij het potje met sperma.Hier niet bij nadenken,zei ik tegen mezelf.
"Laten we een paar dagen bedenktijd nemen en kijken of we dan nog steeds verder willen gaan", zei ik. De keer daarop stelden we samen een donorcontract op. Ik zou nooit alimentatie van hem verlangen. En hij zou geen contact met zijn kind zoeken, totdat het kind daar op zijn zestiende zelf naar zou vragen. Omdat het zo goed liep tussen ons, kozen we voor zelfinseminatie, dus zonder tussenkomst van het ziekenhuis. Via de mail zou ik Roy laten weten wanneer mijn eisprong was en dan zou hij langskomen. Zodra het gelukt was,zou ik hem dat laten weten. De eerste keer dat hij langskwam, heb ik echt een knop moeten omzetten. Ik had koffie gezet,want Roy had tenslotte een verre reis voor me gemaakt. Ik bracht het gesprek op koetjes en kalfjes,ervoor oppassend om de sfeer tussen ons niet al te intiem te laten worden. Maar ondertussen was ik er in mijn achterhoofd wel mee bezig met wat hij straks zou gaan doen. Een vriendin wist ervan. We hadden afgesproken dat ik na afloop zou bellen,en wanneer dat te laat zou worden,zou zij kijken waar ik bleef. Na de koffie wees ik Roy waar de badkamer was. Beneden op de bank bleef ik zitten wachten totdat hij klaar was. Een raar gevoel om een vreemde man in huis te hebben die boven in jouw badkamer een intieme daad voltrekt. Niet bij nadenken,zei ik tegen mezelf. Wat had hij lang nodig trouwens. Ging dit wel goed? Boven ging de deur open. Roy was zover. Hij wist dat we nu geen tijd mochten verliezen,want het sperma moest op lichaamstemperatuur blijven. ik liep naar boven en duwde Roy het reisgeld in zijn handen,zoals afgesproken. Hij gaf mij het plastic potje met daarin zijn zaad. Hier niet bij nadenken, Monique,zei ik weer tegen mezelf. Het zaad bracht ik bij mezelf in. Het was een enorm mooi cadeau dat Roy mij gegeven had. Het was een vreemde avond geweest. Maar wel een avond waar in liefde een rol had gespeeld. Roy had mij willen helpen om mijn diepste wens in vervulling te laten gaan,zonder daar iets voor terug te verlangen. Dat is naastenliefde. En dat de donor van mijn kindje een man was die dat bezat,daar was ik heel blij mee.Ik had respect voor hem. Mensen in mijn omgeving vonden dat ik voorzichtiger had moeten zijn."Monique,er had wel van alles kunnen gebeuren!"werd er tegen me gezegd. Ze hadden gelijk. Maar als je kinderwens groot genoeg is, dan neem je een risico. Natuurlijk was het veiliger geweest als ik het bakje sperma samen met een vriendin bij Roy thuis had afgehaald. Maar stel dat ik daarna in de file had gestaan? Het sperma moest zo snel mogelijkingebracht wprden. En waar had ik dat dan moeten doen? Roy kwam elke maand langs,maar na een half jaar was ik nog steeds niet zwanger. Op een avond kwam hij niet opdagen, terwijl we toch een afspraak hadden staan. Ik stuurde hem een mailtje en probeerde hem op zijn mobieltje te bellen. Geen reactie. Had hij een ongeluk gehad? Dit was toch niks voor hem? Het vrat aan me dat ik hem niet kon bereiken. Ik maakte me zorgen. Na anderhalve week was er dan eindelijk een mailtje van hem. Snel klikte ik er op. Wat ik daar las had ik nooit verwacht...... Roy schreef me dat er de vorige keer onverwacht iets tussen was gekomen en dat hij had besloten dat hij me alleen nog langs de natuurlijke weg wilde helpen. Was dit Roy? Was dit zijn ware gezicht? Ik voelde me zo vies,zo bedrogen. Had hij van het begin af aan een spelletje met me gespeeld en me laten geloven wat ik wilde geloven? Als dat inderdaad zo was,dan mocht ik van geluk spreken dat ik niet zwanger van hem was geworden. Mischien had hij hier dan wel elke dag op de stoep gestaan om zijn kind te zien. Ik nam opnieuw contact op met het ziekenhuis,omdat ik het niet zag zitten om weer op zoek te gaan naar een eigen donor. Ik vertelde hoe het gelopen was,en omdat ik zelf zoveel moeite had gedaan voor een donor, mocht ik nu wel van hun spermabank gebruikmaken. "Als je iemand kent die donor wil worden,niet voor jou zelf, omdat dat te dichtbij zou komen, maar misschien voor iemand anders, dan mag je ook van onze spermabank gebruikmaken. En je hoeft dan niet op de wachtlijst.en de kosten bedragen dan maar de helft."ik kende die mogelijkheid. Een goede vriend van mij had een tijdje geleden aangeboden om me op die manier te helpen. Maar ik wastoen al in zee gegaan met Roy. "Geldt je aanbod nog steeds?"vroeg ik hem."Ja,daar sta ik nog steeds achter",was het. Na twee mislukte pogingen in het ziekenhuis bleek dat mijn follikels langzaam en niet altijd even goed rijpen. Dat was de reden dat het met Roy niet was gelukt.Ik moest hormonen gebruiken om een regelmatige cyclus op gang te brengen. En toen lukte het! Na de vijfde poging met hormonen.Ik was heel blij, maar de zwangerschap werd pas werkelijkheid voor mij toen ik de eerste echo zag. Eindelijk! Na de eerste pretecho kocht ik samen met mijn vriendin de babywagen en richtte ik een babykamertje in. Rompertjes had ik al in huis. Als je zo graag een kindje wilt als ik,dan kun je niet laten om dat alvast te verzamelen. Ik was wel alleenstaand, maar mijn vriendinnen en fam leefden met me mee. Het was natuurlijk wel zo dat er geen reserve-ouder was,mocht mij iets overkomen. "Hoe zou jij het vinden om voogd te worden en mijn kind in huis te nemen mocht er iets met mij gebeuren?" vroeg ik aan Sabine. Zij was de vriendin met wie ik het meeste gedeeld had in de afgelopen periode,en van wie ik wist dat ze net zo,n sterk verantwoordelijkheidsgevoel had als ik. Sabine stond daar voor open. En ik zou mezelf niet zijn geweest als ik niet al voor de geboorte bij de notaris zat om alles officieel op papier te zetten. Ook dat was een vreemde middag. Alles draaide om het nieuwe leven dat ik in me droeg en dan moest ik me toch bezighouden met de dood. Marijn werd na een heftige langdurige bevalling geboren. Sabine was erbij en mijn ouders kwamen zo snel mogelijk kijken. Omdat ik zwangerschapsdiabetes had gekregen, moest Marijn drie dagen op de kinderafdeling blijven, omdat zijn bloedsuikerspiegel te laag was. Ik mocht hem alleen voeden,eventjes knuffelen en dan moest hij weer terug. Maar eindelijk kreeg ik dan toch mijn knulletje mee naar huis.
Ik vind het erg meevallen om het alleen te doen. Het voordeel is dat het alleen voor het zeggen heb. Het nadeel is dat ik ook altijd alle beslissingen moest nemen. Zo heb ik vorig jaar een huis gekocht en alles in mijn eentje moeten regelen. Op zulke momenten zou het fijn zijn om iemand naast je te hebben die met je meedenkt. Dat doet mijn netwerk dan. Een betrouwbaar netwerk waar ik op kan terugvallen, dat is heel belangrijk als je er alleen voor staat. Met een aantal BAM-moeders komen we om de drie maanden bij elkaar,en elke keer is dat weer bij iemand anders. Mailen is leuk,maar af en toe wil je ook de gezichten achter de mailtjes zien.
Waar stel ik voor mezelf de grens?
Ik krijg van iedereen te horen dat Marijn op mij lijkt, ook qua karakter. Ik ben iemand die heel erg de kat uit de boom kijkt en dat doet hij ook. Hij kan wel snel driftig worden en dan roep ik altijd dat dat van de donor komt. Het is al een standaardgrap geworden in onze familie. De vele pluspuntjes heeft hij van mij, de paar minpuntjes van de donor. Ik ga Marijn zo vroeg mogelijk vertellen dat er een lieve meneer is geweest die zijn mama heeft geholpen om een kindje te krijgen. Mijn hele omgeving weet dat zijn vader een donor is. Maar ik wil niet dat hij her en der wat opvangt, ik wil dat hij het hele verhaal van mij hoort. Het is natuurlijk afwachten wanneer hij vragen gaat stellen en wat voor vragen dat zullen zijn. Hij is nu pas twee,dus dat duurt nog even. Maar op het forum lees ik dat kinderen daar eigenlijk heel makkelijk mee omgaan
"Zet jezelf vast op de wachtlijst', zei ik laatst tegen iemand die ook een sterke kinderwens had
Ik heb altijd twee kinderen willen hebben en daarom ben ik ook voor een broertje of een zusje gegaan. Er was ruimte in mijn hart ,mijn huis,en mijn portemonee. Voor een tweede kindje van dezelfde donor hoef je niet opnieuw op de wachtlijst. Ik moest wel weer aan de hormonen en dit keer was ik al na de vierde poging zwanger. Met negen weken ging ik samen met mijn vriendin naar het ziekenhuis voor de eerste echo. Ook voor dit kindje zou zij voogd worden. Samen met Sabine keek ik vol verwachtingen naar het schermpje. En toen wist ik dat het niet goed was. Het kindje bewoog niet. "Ik denk dat het niet goed is", zei de arts die erbij geroepen werd. mijn vriendin sloeg haar arm me heen. En toen moest ik opeens heel snel kiezen. Wilde ik een curettage of wilde ik wachten totdat het kind spontaan kwam? "Als het niet goed is,wil ik me ook niet meer zwanger voelen", zei ik. De dag daarop werd ik gecureteerd. na een week thuis te zijn geweest,ging ik weer naar mijn werk. En drie dagen later zat ik met een burn-out thuis. Het was allemaal te snel gegaan. Begin augustus is mijn schoonzusje bevallen. Als mijn tweede zwangerschap goed was verlopen,hadden we nu samen met de kinderwagen kunnen gaan wandelen. Een gedachte die me pijn doet. Hoe ver wil ik gaan, waar stel ik de grens voor mezelf? Daar ben ik nu mee bezig. Ik ben ik nu mee bezig. Ik ben in januari negendertig geworden. Als ik na deze zes pogingen niet zwanger ben, ga ik dan verder? De terleurstellingen hakken er steeds meer in. Maar ik wil ook nog niet opgeven. De maximumleeftijd van een BAM-moeder ligt rond de 35,maar dat ligt ook aan het beleid van de ziekenhuizen. Als je nog maar zo'n 25 jaar oud bent, kom je niet snel voor hun wachtlijsten in aanmerking. En die wachtlijsten bedragen nu al zo,n twee tot drie jaar. En stel dat het niet direct wil lukken? In het ziekenhuis waar ik onder behandeling ben,wordt er pas na de eerste zes pogingen gekeken of je verminderd vruchtbaar bent. Dan ben je weer een paar jaar verder. En als je dan nog een broertje of zusje wilt? "Zet jezelf vast op de wachtlijst", zei ik laatst tegen iemand met een sterke kinderwens."Daar kun je je altijd nog van afhalen als je toch de juiste mam tegen het lijf loopt."En kun je niet op de wachtlijst, maar moet of wil je zelf een donor zoeken, blijf dan waakzaam. Hoe groot de kinderwens ook is, blijf helder denken. Als iets niet goed voor je voelt en je twijfelt, doe het dan niet ,want twijfel heb je niet voor niets. Bij mij betekent twijfel: nee. Ga niet over één nacht ijs bij een donor. En blijf ook daarna nog alert. Roy en ik hebben ook twee maanden gemaild van tevoren. En toch ging het mis. Laat je vooral niet leiden door een ander. Ik weet dat er donoren zijn die zelf het een en ander willen uitstippelen wat het contract betreft en de manier waarop de donatie moet plaatsvinden. Doe niets wat tegen je gevoel ingaat. En of je nu de helft van een stel bent of het alleen gaat doen, kies bewust voor je kind. Bereid je voor op wat er allemaal op jou en je kind kan afkomen. Zorg ervoor dat je kind in een stabiele,liefdevolle omgeving kan opgroeien. Dat is het allerbelangrijkste.
Tekst Helene Buis.
Monique weblog is moniqueswens.web-log.nl
Ik wil Monique,Helene buis en het blad Mijn geheim bedanken dat ik dit artikel op onze website mag plaatsen
Bron: Mijn Geheim.

Een kind van een donor.............
geheimIn Nederland lopen ongeveer veertigduizend mensen rond die zijn verwekt met behulp van donorsperma. Twee weken geleden las je in Mijn Geheim het verhaal van Monique die als alleenstaande vrouw een kind kreeg via een donor. Deze week vertellen twee echtparen over de manier waarop ze hun vurigste wens in vervulling hebben doen gaan.
Jeroen heeft zich veertien jaar geleden laten steriliseren. Hij heeft een dochter, Anne, van zeventien. Ze is om het weekend en in de vakanties bij ons. Zijn ex en hij zijn al elf jaar uit elkaar. Ik was negenentwintig toen ik Jeroen leerde kennen. Ik wilde wel ooit kinderen, maar het leefde nog niet zo bij me. En het was ook niet zo dat ik dacht dat een leven zonder kinderen geen zin zou hebben. Dus in het begin met Jeroen dacht ik heel nuchter: nou , dan dus geen kinderen. Ik was dol op Anna en zij noemde mij al snel 'mama Ciska' Maar na een jaar of drie begon het toch te kriebelen bij me. Ik weet nog goed die avond dat ik aan het oppassen was op het babyzoontje van mijn zus. Ik was hem de fles aan het geven toen Jeroen thuis kwam. Hij stond in de deuropening en keek naar het tafereel en zei: " Als je dit ook wilt, dan ga ik een afspraak maken bij de uroloog om te praten over een hersteloperatie." ik knikte alleen maar. Volgens de uroloog was er een redelijke kans dat Jeroen na een hersteloperatie weer vruchtbaar zou zijn. dat was goed nieuws. Een paar weken later werd de hersteloperatie gedaan en zes weken erna moest Jeroen zijn sperma laten onderzoeken om te kijken of er weer levende zaadcellen in zaten. Dat was helaas niet het geval. Een enorme teleurstelling. Nog eens zes weken daarna moest het opnieuw. Weer niet. Ik had al op internet gelezen dat het soms best lang kan duren voordat er weer levende zaadcellen terug zijn, maar de uroloog was duidelijk:"Ik denk dat we de operatie als mislukt moeten beschouwen. Het spijt me voor jullie." Volgens hem was de kans dat het nu nog goed kwam minimaal. "Er zijn nog andere mogelijkheden om zwanger te worden", zei hij. Hij doelde op inseminatie met zaad van een donor. Ik had daar ook al aan gedacht, maar het nog niet hardop durven uitspreken tegen Jeroen. Ik dacht dat wil hij niet. Maar jeroen zei tot mijn verbazing. "Ja, dat zullen we doen." Ik wist niet wat ik hoorde. Toen we even later in het ziekenhuisrestaurant een broodje aten, vroeg ik aan Jeroen: " Meende je dat wat je daarnet zei tegen de uroloog? Wil je echt nadenken over een kind krijgen van een donor?" Jeroen knikte. "Ja, dat wil ik. Jij wilt toch graag een kind? Het maakt mij niet uit als het biologisch niet van mij is. Anna is ook niet van jou en jij houdt van haar als van een eigen kind. Ik snap goed dat je zelf een keer zwanger wilt zijn en alles wilt meemaken. En ik wil ook een kind van jou." Voor ik iets kon zeggen, ging hij verder:" Ik heb op internet zitten kijken en als we een kind willen van een spermabank komen we op een wachtlijst. De laatste jaren komen er steeds minder donoren, omdat ze niet meer anoniem mogen blijven. Ik las dat het jaren kan duren voordat je aan de beurt bent. Maar het hoeft niet per se via zo,n spermabank. Het kan ook op een andere manier..." Mijn mond zakte steeds verder open bij alles wat mijn vriend daar zat te vertellen, terwijl hij zijn broodje kroket zat te eten. Hoorde ik dat goed? Wilde hij wat ik wilde? Had hij ook op de zelfde sites zitten kijken als ik? Ik was ook al goed geïnformeerd. Had ook gelezen over spermadonoren en over wachtlijsten. En ik had toen ook al zitten denken aan... Ik werd ineens heel zenuwachtig. Het zou toch zeker niet waar zijn? En weer was jeroen de eerste die sprak." Ik vind dus wel dat het kind er recht op heeft te weten waar het vandaan komt. En als wij besluiten een kind te krijgen via een donor dan wil ik die donor zelf zoeken. En ik heb ook al iemand op het oog. Sterker nog, ik heb al iemand gevonden." Het moest niet gekker worden. Ik viel bijna van mijn stoel. Jeroen zat me daar doodleuk te vertellen dat hij al een donor had gevonden. Ik wist echt niet hoe ik het had." Dat meen je niet? Heb je...wie...?" Er verscheen een grote grijns op het gezicht van mijn vriend. hij pakte mijn handen vast en zei:"Wie denk je? Het is familie van me. Hij wil graag helpen."Theo," De neef en voetbalkameraad van Jeroen. De zoon van de tweelingbroer van Jeroens vader. Dit was te mooi om waar te zijn. Gewoon perfect. "Maar waarom heb je niet aan me verteld? Waarom heb je niet tegen me gezegt dat je hiermee bezig was? Je wist toch niet hoe ik erover dacht?" Jeroen lachte: "Schat ik ken je toch? En toen ik op de pc wat zoektermen intikte,zag ik in de historie dat jij al op die sites was geweest. Ik ben niet achterlijk. Een en een is nog steeds twee. Vorige week bij de voetbal heb ik er met Theo over gehad. Als jij het wilt, dan regelen we het." Ik moest lachen toen ik dacht aan hoe dat gesprek tussen die twee neven gegaan was. Op de tribune bij Ajax. Jeroen: "Ja,, voor de pot met die bal. Ja, doelpunt! Trouwens, Theo, nu we het er toch over hebben, zou jij mischien wat zaad kunnen afstaan voor Cis en mij. We willen een kind,maar ik ben ooit zo stom geweest om me te laten steriliseren. Theo: "O, ja natuurlijk. Geen probleem. Zeg maar wat ik moet doen.
Theo en Marian zijn een geweldige oom en tante. Ze hebben nooit iets laten merken aan Rik...
Zo makkelijk ging het natuurlijk niet. Er zijn heel wat gesprekken aan voorafgegaan. Het belangrijkste was dat met Marian, de vrouw van Theo, moe-der van zijn twee zonen. Een schat van een meid. Ze vond het prima. Ze zei heel lief dat ze zich goed kon voorstellen dat we graag een kindje wilden en ze was blij dat Theo kon helpen, maar ze wilde wel dat we het in een kliniek deden en dat het ’zo onpersoonlijk en klinisch mogelijk’ ging. Ik begreep precies wat ze bedoelde en dat was ook wat ik het liefst wilde. En we zouden een donorcontract laten opstellen waarin duidelijk vastgelegd werd dat er geen rechten en plichten waren.
We vonden een kliniek waar ze ons konden helpen. Theo werd onderzocht en gezond bevonden. De kwaliteit van zijn zaad werd gecontroleerd en dat was goed. Ook bij mij was alles in orde. Ik moest met ovulatietesten mijn cyclus gaan bijhouden. Er volgde een gesprek met de gynaecoloog en een psy-choloog. Theo en Marian kregen ook een gesprek. Toen dat allemaal achter de rug was en we groen licht hadden gekregen, moest Theo nog een keer ’aan het werk’. Zijn zaad werd ingevroren en opge-slagen. Het was goed. We besloten er vier maanden overheen te laten gaan voordat we zouden begin-nen. Dit om de gevoelsmatige afstand tussen de do-natie en de ontvangst wat te vergroten. Begin april 2006 was de eerste inseminatie. Een spannende tijd volgde. Helaas was het niet meteen raak. Maar bij de tweede poging, in juni, wel! We waren zo blij. De eerste die we het vertelden was Anna. Ze was helemaal verrukt.
”Mag ik opa en oma bellen?” vroeg ze. Dat mocht. ”Maar bel eerst maar naar tante Marian”, zei ik tegen haar. Dat deed ze. ”Ciska is in verwachting!” riep ze door de telefoon. We hoorden het gejuich van Marian door de telefoon heen. Toen ik haar even later aan de lijn had, zei ze: ”Ik ben zo blij voor je, meid. Het is je van harte gegund. Je wordt een geweldige moeder.”
Onze Rik wordt binnenkort al weer drie jaar. We hebben een heerlijk gezinnetje zo met z’n viertjes. Anna is gek met Rik en Rik is dol op zijn grote zus. Theo en Marian zijn een geweldige oom en tante. Ze hebben nooit iets laten merken van speciale aan-dacht voor Rik. Zelfs niet toen hij net geboren was en ze op kraamvisite kwamen. Theo had een bal meegenomen voor Rik. ”Over een jaar of zes ga je met je pa en mij en je neefjes mee naar Ajax”, zei hij. Dat vond ik zo mooi gezegd.
Onze ouders weten hoe het zit. De vader van Theo leeft niet meer. Jeroens vader zei: ”Wat mooi. Piet zou trots zijn geweest op zijn zoon.” Theo heeft zijn moeder niets verteld, die is aan het dementeren.
Rik gaan we het zeker vertellen. Dan zeggen we dat we graag een kindje wilden en dat papa geen goede zaadjes meer had en dat ome Theo ons wat zaadjes heeft gegeven. Zo ongeveer moet het. Hij moet op een natuurlijke manier en in alle openheid vertrouwd raken met het idee. Zo hebben we dat ook afgesproken met Theo en Marian en dat is ons ook aangeraden door de maatschappelijk werkster met wie we destijds een gesprek hebben gehad. We gaan er niet stiekem over doen. Ook Anna weet dat Theo onze donor is geweest. We hebben het haar verteld toen Rik een paar maanden was. ”O, wat aardig van ome Theo”, zei ze. En even later: ”Dan is Rikkie eigenlijk geen halfbroertje van me, maar een neefje. Nee, een achterneefje.” En weer wat later: ”Wij zijn best een bijzonder gezin.” Dat konden wij alleen maar beamen. Bijzonder, vooral in de zin van bijzonder gelukkig.
Vader wordt je door goed voor een kind te zorgen, niet door het te verwekken
Het blijft ons geheim
In mijn directe omgeving had ik meegemaakt dat een nichtje moeite had met zwanger worden, omdat het zaad van haar man van slechte kwa-liteit was. Iedereen wist het. Er werden op feestjes grapjes over gemaakt. Zo van: ”Nee, voor Dave geen bier meer, want dan zwemmen de zaadjes niet.” En: ”Flink blijven oefenen, hè!” als ze weggingen. En iedereen lachte dan. Mijn nichtje en haar man ook. Ze hadden er blijkbaar geen moeite mee dat iedereen het wist. Ik dacht toen al: ik zou dat nooit vertellen. Stel nou dat het niet lukt en ze een kind van een donor willen, dan weet iedereen dat. Niet wetende dat ik zelf ooit in eenzelfde soort situatie terecht zou komen.
Uiteindelijk heeft die nicht twee kinderen gekre-gen via ivf, maar ik twijfel soms wel. Dan denk ik: misschien is het toch wel van een donor en zeggen ze dat niet. En die twijfels waren er uiteraard nooit geweest als ze niet verteld hadden dat het zaad van Dave van slechte kwaliteit was.
Nou ja, ik wist dus dat ik dat niet wilde toen Tom en ik besloten dat we een kindje wilden. ”We ver-tellen het aan niemand, oké?” zei ik tegen Tom. ”Ik heb echt geen zin in dubbelzinnige opmerkingen of flauwe grapjes.” Tom vond het best om niks te zeggen, hoewel hij wel vond dat ik beren op de weg zag."Je gaat er al vanuit dat het lang gaat duren voor je zwanger bent. Wedden dat je over een maand zwanger bent?”
Noem het voorgevoel, noem het mijn overdreven pessimistische inslag, feit was dat ik een maand la-ter niet zwanger was. En de maand daarna niet en een half jaar later ook niet.
En zo kon het gebeuren dat ik zeven maanden na-dat ik gestopt was met de pil bij de huisarts zat met de mededeling dat we nu een jaar bezig waren (een leugentje om bestwil, maar ik hiéld het gewoon niet meer) en ik nog steeds niet zwanger was. De huisarts begon over temperaturen, maar dat deed ik al lang. Mijn menstruatie was regelmatig en ik wist precies wanneer mijn eisprong was. En daar had ik al maanden ’gebruik’ van gemaakt. Zelfs Tom wist dat niet. Die had geen idee waarom we elke maand steeds drie avonden achter elkaar vreeën (niet dat hij bezwaar had gemaakt!). Maar dat had tot danniet geholpen en ik was best wel bang. Had al veel gelezen op internet en dacht zelf stiekem dat het probleem wel eens bij Tom kon liggen. Dus toen de huisarts voorstelde om het zaad van Tom te la-ten onderzoeken vond ik dat uiteraard prima. Tom mopperde wel toen ik hem het plastic potje overhandigde, maar hij deed de volgende morgen braaf zijn werk. Ik bracht het potje met het sperma naar het laboratorium in het ziekenhuis, in de binnenzak van mijn jas, waar het op temperatuur bleef.
Een paar dagen later belde ik, met het hart in de keel, naar de huisarts voor de uitslag. En toen werd mijn vermoeden bevestigd. De assistente vertelde me dat er geen levende zaadcellen waren aangetroffen in het sperma van mijn vriend. Mijn wereld stortte in. De rest van de ochtend zat ik op de bank te huilen en te wachten totdat Tom me zou bellen. Toen hij belde, vertelde ik hem huilend de uitslag van het onderzoek. Hij vloekte. ”Maak maar een af-spraak bij de huisarts voor het eind van de middag”, zei hij. ”Ik ben rond drie uur thuis.” Toen hij thuis-kwam vielen we elkaar in de armen en huilden we samen. ”Lieverd, er zijn andere mogelijkheden”, zei Tom. ”Ik heb daar geen moeite mee. Jij?” Ik wil dat jij de vader bent van mijn kind”, zei ik. En toen zei Tom iets wat ik nooit zal vergeten: ”Vader word je door goed voor een kind te zorgen, niet door het te verwekken. En weet je, Lisa, ik heb liever deze uitslag dan dat we te horen zouden krij-gen dat jij onvruchtbaar bent.” Op dat moment hield ik meer van hem dan ooit.
Er werd gezocht naar een donor die zoveel mogelijk dezelfde uiterlijke kenmerken had als Tom
Het ging allemaal heel soepel en snel. De huisarts vertelde ons dat er met deze uitslag geen andere opties waren dan kunstmatige inseminatie met do-norzaad. Of adoptie natuurlijk. Tom zei meteen dat we graag in aanmerking wilden komen voor KID, zoals dat heet. De huisarts gaf ons de naam van een gynaecoloog in een ziekenhuis bij ons in de buurt die inseminaties deed en ook gaf hij ons de naam en het adres van een kliniek waar we terecht konden voor donorsperma. En hij wees ons op de mo-gelijkheid zelf een geschikte donor te zoeken. Dat weekend hebben we ons opgesloten in huis en uren gepraat. We besloten ervoor te gaan. We wilden een kind van een anonieme donor. We zouden het aan niemand vertellen. Als we een kind zouden krijgen, zou niemand weten hoe het er gekomen was. Dit vooral omdat we er nog niet uit waren of we ooit aan ons kind zouden vertellen dat Tom niet de biologische vader was. En stel je voor dat iemand zijn mond voorbij zou praten. Nee, het zou voorlopig ons geheim blijven.
Nog geen maand daarna hadden we een afspraak in de kliniek. We moesten formulieren invullen en kregen een gesprek met een psycholoog. We werden ’goedgekeurd’. Ze zouden op zoek gaan naar een donor die zoveel mogelijk dezelfde uiterlijke kenmerken had als Tom. Ook gingen we naar de gynaecoloog die mij onderzocht. Daarna belde ik naar de kliniek waar we ingeschreven stonden en wat bleek: ze hadden een geschikte donor voor ons! Ik wist niet wat ik hoorde, zo snel al! Ook Tom was blij. ”Nou, dan moet het maar zo snel mogelijk gebeuren”, zei hij.
Soms moeten we stiekem lachen als de familie van Tom zegt dat de kinderen zoveel op hem lijken
Vier maanden later (ik had van de gynaecoloog drie maanden een schema van mijn cyclus moeten bij-houden) reden we naar de kliniek waar we het zaad gingen ophalen. We zouden het ingevroren sperma meekrijgen in een kleine container met vloeibare stikstof. Het was grappig. Tom zei: ”Zullen we op de terugweg ergens lunchen?” Maar wat doen we dan met die container? Laten we die in de auto staan? Stel je voor dat-ie gestolen wordt!” zei ik. Tom moest lachen.keurig op tijd ongesteld. En toen… bij de derde poging… was het raak! Ik deed de test, net als de twee voorgaande keren, een dag voordat ik bloed moest laten prikken in het ziekenhuis. En ik was zwanger! Niet te vroeg juichen, schat”, zei ik toen ik die ochtend met de zwangerschapstest in mijn handen bij Tom onder de douche stapte. ”Ik moet morgen pas bloed laten prikken. Maar dit is volgens mij een duidelijke ja. Ik denk dat je papa wordt.” Tom was door het dolle heen. In het begin van mijn zwangerschap hebben we het er af en toe nog over gehad, over de manier waarop ik zwanger was geraakt. Ik wilde van Tom weten hoe het voor hem voelde dat hij niet de biologische vader was. Maar hij verzekerde me steeds dat het voor hem geen verschil maakte. En áls ik nog twij-fels had gehad, dan waren die verdwenen op het moment dat Tessa werd geboren. Tom was trots en zo verliefd als een vader op zijn dochter kan zijn.
En dat is hij nu, acht jaar later, nog steeds. Op Tessa en Emy. Want tweeënhalf jaar na Tessa werd Emy geboren. Ja, Emy is van dezelfde donor als Tessa. Dat was destijds al besproken en geregeld, zeg maar. Toen we een tweede kindje wilden, was net die wet veranderd dat donoren niet meer anoniem mochten blijven. Maar voor de donoren die al ’besproken’ waren en in de vriezer lagen (nou ja, het zaad dan), gold dat niet.
Ze zijn nu acht en vijf, die twee kanjers van ons. Nee, niemand weet dat Tom niet de biologische vader is van onze meiden. Soms moeten we samen wel stie-kem lachen als familie van Tom zegt dat ze zo op hun vader lijken. Laatst wilde Toms vader Emy leren schaatsen. Hij deed de schaatsen bij haar aan en ze stond op en schaatste meteen weg. Ze hoefde het helemaal niet te leren. Mijn schoonmoeder was verrukt: ”Het ging precies zoals bij Tom toen hij klein was. Die kon ook meteen schaatsen. Nou, het is wel duidelijk van wie ze dat heeft.” Dan lachen Tom en ik naar elkaar. Nee, we zijn er nog niet uit of we het ooit aan de meiden zullen vertellen. Als het niet nodig is… ik denk het niet. Ik denk dat het ons geheim blijft.
Tekst José de Jonge
Bron: Mijn Geheim
Ik wil José de Jonge en het blad Mijn geheim bedanken dat ik dit verhaal mocht plaatsen op onze website..

Donorkinderen
Lijk jij meer op je vader of op je moeder? Voor kinderen die zijn verwerkt door een anonieme spermadonor blijft dat misschien wel voor altijd onduidelijk. Sinds december kunnen zij hun biologische vader opsporen door een DNA-test te laten doen. De tweeling Jolein en Anne gaat op zoek.
Toen ik laatst in Rotterdam liep.dacht ik iedere keer als ik een grote blonde man zag: zou dat mijn vader zijn? Ik weet dat mijn moeder in het ziekenhuis in Rotterdam geholpen is. Hij schijnt daar ook gewerkt te hebben' , verteld Jolein. Anne heeft in haar hoofd al een voorstelling gemaakt van hoe haar vader eruitziet. 'Blond met een kale plek op zijn hoofd, best lang en een beetje slungelig type.' Het enige wat de zusjes zeker weten van hun biologiche vader is wat er in het donorpaspoort staat .'Hij is atletisch gebouwd, blond en blauwe ogen.
Van de dokter
Jolein en Anne zijn gelukkig met hun twee moeders. Toch worden ze steeds nieuwsgieriger naar hun biologische vader. "Toen we klein waren, legden onze moeders uit dat ze geholpen waren door de dokter om ons te krijgen', verteld Anne.' Een tijd lang hebben we gedacht dat we van de huisarts in ons dorp waren', giechelt haar zus. Toen Anne acht was , wilde ze er meer over weten.''Ik was in die periode erg veel bezig met wie ik was en wat ik wilde, daarover heb ik ook met een psycholoog gepraat. Onze moeders wilden ons helpen en hebben toen een afspraak gemaakt in het ziekenhuis in Rotterdam waar we verwekt zijn. daar konden we praten met een arts die te maken had met een spermadonoren. Hij vertelde dat hij ons niet kon helpen om onze vader te vinden. Alle informatie over hem was vernietigd. Dat was echt een teleurstelling', vertelt Anne. Sindsdien is vooral Anne erg veel bezig met wie haar vader is. Jolein was in het begin nog een beetje terughoudend.'Ik dacht: waarom zou ik ermee bezighouden als ik er toch niet achterkom wie hij is?
Test
Maar door een sms van een vriendin veranderde Jolein van gedachte.'Ze schreef dat er een programma op tv komt over donorkinderen en hun vaders. Zo kwamen we aan informatie over de mogelijkheid om een DNA-test te laten doen.' Ook sperma donoren kunnen zich laten testen. Via een DNA-databank,opgericht door stichting Ambulante Fiom in samenmerking met stichting Donorkind en het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen, wordt gekeken of er een match is. Ook kan uitgezocht worden of er halfbroers of zussen zijn. Anne en Jolein hebben zich opgegeven voor zo,n test en worden binnekort gebeld door het ziekenhuis om langs te komen.'Echt superspannend! We willen de test allebei graag doen, maar er is maar bloed nodig van één van ons. We weten nog niet wie de test gaat doen, maar we gaan er in ieder geval samen naartoe.'
Verschillend
Jolein en Anne lijken qua innerlijk als uiterlijk niet op elkaar. Jolein:'ik ga graag uit en houd van r&b,van Trey Songz en Usher.' Anne blijft liever thuis en brengt veel tijd door op haar kamer.Daar leest ze boeken of luistert ze naar oude muziek van Bob Marley of The Beatles.'Ik herken veel vanmijzelf in mijn moeder Carolien', verteld Anne.'Maar de blauwe ogen en het sociale en ondernemende karakter van Jolein? Mischien heeft ze dat van onze papa,dat zou ik graag willen weten.'Bang voor terleurstelling als ze hun vader zullen ontmoeten, is de tweeeiige tweeling maar een klein beetje.'Het zou natuurlijk jammer zijn als hij straks niets weet te zeggen of superstil is', zegt Anne. 'Je hoopt toch dat het een leuk persoon is, zegt Jolein. mochten ze hun vader vinden, dan willen ze hem waarschijnelijk wel vaker dan één keer zien. Maar daar willen ze ze nog niet teveel over nadenken.'De kans bestaat ook dat we hem nooit ontmoeten, daar zijn we heel nuchter in', zegt Jolein. Het meeste hoopt Anne dat hun vader op Jolein lijkt.'Zij is zo leuk, sociaal en ondernemend. Het lijkt me geweldig om te weten dat onze vader zo is als zij.'
Tekst Annemieke Ruggenberg
We willen Annemieke en Kidsweeks/7Days hartelijk bedanken dat jullie dit verhaal naar ons opstuurden en dat we het mochten plaatsen op onze website.
Voor info over: Kidsweekjunior of 7Days
Ter info
Anoniem
Naar schatting zijn er in Nederland zo,n veertigduizend kinderen verwekt met behulp van anonieme donors. Voor donorkinderen die voor 2004 zijn verwekt,was het bijna onmogelijk om hun vader te vinden. tegenwoordig worden gegevens van donoren bewaard, maar dat gebeurde voor 2004 niet. Met de nieuwe DNA-bank kunnen donoren en donorkinderen alsnog op zoek naar elkaar. Op dit moment hebben al meer dan tweehonderd donors en donorkinderen zich opgegeven voor de test. Maar er bestaat natuurlijk de mogelijkheid dat de donorvader van Jolein en Anne zich niet opgeeft voor de test. RTL4 start dit voorjaar het programma Wie is mijn vader, waarin donorkinderen en donors naar elkaar op zoek gaan. Ook daarvoor hebben Jolein en Anne zich opgeven.

Lijk jij meer op je moeder? Jelle (11 jaar) komt daar misschien nooit achter.Hij heeft twee moeders ,maar weet niet wie zijn vader is. Zijn moeders kregen hulp van een zaaddonor om hem te krijgen. Veel kinderen snappen niet goed wat dat betekent. Daarom verteld Jelle zijn verhaal
Op school deden we pas een wensspel. Toen wenste ik dat ik mijn vader ooit kan ontmoeten'. verteld Jelle. Hij is de laatste tijd steeds meer bezig met wie zijn vader is. Het enige wat hij over hem weet, is dat hij qua uiterlijk lijkt op zijn moeder Adrie: blond en sportief gebouwd. Zijn andere moeder Yvonne is zijn echte moeder, uit haar buik is hij geboren. Maar zo ziet Jelle dat niet." Ze zijn allebij evenveel mijn moeders.
Ziekenhuis
Om zwanger te worden ging Jelles moeder naar een ziekenhuis. Daar kreeg ze het zaad van een anonieme donor: een man die wel zaad wilde geven maar geheim wilde houden wie hij is. Jelle verteld: Op school vragen kinderen vaak: "Waarom zie je vader nooit?" Dan leg ik uit dat mijn vader mama's helpt die graag kinderen willen. Maar dat hij niet mijn papa wilde zijn. Ze vinden dat raar en snappen er meestal niets van.
Zwemkampioen
Jelle is goed in wedstrijdzwemmen. Hij heeft heel veel bekers in zijn kamer staan. Ik hoop dat mijn vader ook goed is in zwemmen. Misschien is het zwemkampioen Pieter van de Hoogenband wel!' grapt Jelle. Vroeger toen Jelle nog heel klein was, kwamen er weleens oppaskinderen bij hem thuis. Soms haalden de vaders hen op. Dat vond ik dan wel raar. Soms dacht ik dat het ook mijn papa's waren.' Zijn moeder Yvonne verteld dat hij in die tijd weleens zei: Als ik later groot ben, wil ik papa worden. Daar moet Jelle nu een beetje om lachen.
Zoeken
Als Jelle twaalf jaar is, kan hij een DNA-test laten doen.Met zo,n test kunnen dokters allerlei informatie over Jelle krijgen. Die stoppen ze dan in een computersysteem. Als Jelles donorvader besluit om ook zo,n test te doen, herkent het systeem dat ze familie zijn. Dat gebeurt ook wanneer Jelle halfbroers of halfzussen heeft. Pas als Jelle zestien is, mag hij informatie daarover ontvangen. Ik weet dat ik mijn vader misschien wel nooit vind, maar toch wil ik hem zoeken, zegt Jelle. Zijn moeders waarschuwen dat hij niet teveel hoop moet hebben. Jouw papa heeft er voor gekozen om niet jouw papa te zijn, legt mama Adrie uit. Als Jelle hem ooit kan ontmoeten, heeft hij één wens. Misschien kan ik dan één keertje met hem spelen. Maar dat hoeft niet per sé hoor. Alleen als hij dat wil.
Tekst Annemieke Ruggenberg
We willen Annemieke Ruggenberg en Kidsweek hartelijk bedanken dat jullie dit verhaal naar ons opstuurden en dat het mochten plaatsen op onze site .
Donorvader
In Nederland hebben ongeveer 40000 kinderen een donorvader. Vroeger konden mannen die zaad wilden geven ervoor kiezen om geheimte houdenwie ze zijn. Vanaf 2004 kan dat niet meer. Kinderen met een donorvader die daarvoor geboren zijn, kunnen als ze dat willen vanaf hun zestiende informatie vragen over hun donorvader. Ben jij donorkind en wil je daar misschien op tv over praten? Kijk dan eens op http://www.hollandsehelden.tv/home/2

Wendy Bruschke (39,afdelingsmanager in de psychiatrie,Haarlem),bewust alleenstaand moeder via IVF
Moeder van Joris Bruschke (2)
'Ik had alles voor elkaar: een leuke vriendenkring, een gezellig huis,goede baan maar ik miste iets, er was een leegte. Ik heb altijd geweten dat ik moeder wilde worden en zag een traditioneel gezin voor me met een vader, moeder en kinderen maar na een aantal mislukte relaties ben ik serieus gaan nadenken over mijn kinderwens.Ik was er snel uit: ik wilde dolgraag een kindje, desnoods zonder een partner. Niet lang daarna werd er een voorstadium van baarmoederhalskanker geconstateerd en door vele complicaties die dat met zich meebracht, werd de kans steeds kleiner om zwanger te worden. Het was nu of nooit en heb me op de wachtlijst voor een spermadonor laten zetten maar ben tegelijkertijd in mijn eigen omgeving op zoek gegaan naar een donor. Ik vond iemand die me wilde helpen en we hebben meerdere pogingen ondernomen. Toen duidelijk werd dat het niet zonder medisch ingrijpen zou lukken gaf hij te kennen niet met me mee het medisch circuit in te willen en heb ik de daarop volgende behandelingen met een onbekende donor voortgezet. Pas bij IVF poging nummer vijf werd ik blijvend zwanger.
Het is niet moeilijker om in je eentje de zwangerschap en de opvoeding te beleven, het creéert ook een zekere rust. Ik hoef me niet druk te maken over wat mijn partner denkt of vindt en heb me ook nooit eenzaam gevoeld. Dooddoeners dat het zwaar zou worden wuifde ik weg want mijn nabije omgeving heeft me altijd gesteund. Als Joris zestien is kan hij de persoonsgegevens van de donor opvragen. Het donorpaspoort, met gegevens als uiterlijke kenmerken, ligt al te wachten tot het tijd is hem meer te vertellen over zijn ontstaan. Zelf heb ik me vooraf niet verdiept in de karakteristieke kenmerken van de donor, Joris is een heel lief jongetje met een eigen persoonlijkheid. Joris is te vroeg geboren en dat was een ontzettend spannende tijd waarin hij moest vechten voor zijn leven. Nu hebben we samen ons ritme gevonden en wordt het alleen maar leuker. Ik geniet intens van die kleine momenten samen als hij mijn hand paktof als we samen de boodschappen uitpakken. Natuurlijk is het als bewust alleenstaand moeder veel geregel en moet je er best wat voor laten, maar het is de beste beslissing die ik ooit heb genomen. Ik krijg er zoveel liefde voor terug, we zijn echt een twee eenheid.'
Ik wil Wendy en Talkies Magazine hartelijk bedanken dat ik dit artikel op onze website mag plaatsen.
Voor meer info over Talkies Magazine