online
We hebben 5 gasten online
Enquete
Zou u KID overwegen als uw man onvruchtbaar was
 
mod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_counter
mod_vvisit_counterVandaag12
mod_vvisit_counterGisteren26
mod_vvisit_counterDeze week12
mod_vvisit_counterVorige week191
mod_vvisit_counterDeze maand726
mod_vvisit_counterVorige maand810
mod_vvisit_counterTotaal126041

Online (20 minuten geleden): 1
Jouw IP: 54.224.230.51
,
datum: 24 - 09 -2017 tijd: 10:24
Welkom op kiddroom.nl. Laatste update-11-12-2014 om 11.00. Kiddroom wenst u fijne feestdagen en een hoopvol 2015 toe.Wij zijn bezig met een geheel vernieuwde website.

KID-ervaringen - Een kind van een donor

Inhoudsopgave
KID-ervaringen
Geen partner, wel een kind
Kind van een donor
Ik wil weten waar ik vandaan kom
Wie is mijn vader
Moedige Moeders
Alle pagina's
Een kind van een donor.............
geheimIn Nederland lopen ongeveer veertigduizend mensen rond die zijn verwekt met behulp van donorsperma. Twee weken geleden las je in Mijn Geheim het verhaal van Monique die als alleenstaande vrouw een kind kreeg via een donor. Deze week vertellen twee echtparen over de manier waarop ze hun vurigste wens in vervulling hebben doen gaan.
Jeroen heeft zich veertien jaar geleden laten steriliseren. Hij heeft een dochter, Anne, van zeventien. Ze is om het weekend en in de vakanties bij ons. Zijn ex en hij zijn al elf jaar uit elkaar. Ik was negenentwintig toen ik Jeroen leerde kennen. Ik wilde wel ooit kinderen, maar het leefde nog niet zo bij me. En het was ook niet zo dat ik dacht dat een leven zonder kinderen geen zin zou hebben. Dus in het begin met Jeroen dacht ik heel nuchter: nou , dan dus geen kinderen. Ik was dol op Anna en zij noemde mij al snel 'mama Ciska' Maar na een jaar of drie begon het toch te kriebelen bij me. Ik weet nog goed die avond dat ik aan het oppassen was op het babyzoontje van mijn zus. Ik was hem de fles aan het geven toen Jeroen thuis kwam. Hij stond in de deuropening en keek naar het tafereel en zei: " Als je dit ook wilt, dan ga ik een afspraak maken bij de uroloog om te praten over een hersteloperatie." ik knikte alleen maar. Volgens de uroloog was er een redelijke kans dat Jeroen na een hersteloperatie weer vruchtbaar zou zijn. dat was goed nieuws. Een paar weken later werd de hersteloperatie gedaan en zes weken erna moest Jeroen zijn sperma laten onderzoeken om te kijken of er weer levende zaadcellen in zaten. Dat was helaas niet het geval. Een enorme teleurstelling. Nog eens zes weken daarna moest het opnieuw. Weer niet. Ik had al op internet gelezen dat het soms best lang kan duren voordat er weer levende zaadcellen terug zijn, maar de uroloog was duidelijk:"Ik denk dat we de operatie als mislukt moeten beschouwen. Het spijt me voor jullie." Volgens hem was de kans dat het nu nog goed kwam minimaal. "Er zijn nog andere mogelijkheden om zwanger te worden", zei hij. Hij doelde op inseminatie met zaad van een donor. Ik had daar ook al aan gedacht, maar het nog niet hardop durven uitspreken tegen Jeroen. Ik dacht dat wil hij niet. Maar jeroen zei tot mijn verbazing. "Ja, dat zullen we doen." Ik wist niet wat ik hoorde. Toen we even later in het ziekenhuisrestaurant een broodje aten, vroeg ik aan Jeroen: " Meende je dat wat je daarnet zei tegen de uroloog? Wil je echt nadenken over een kind krijgen van een donor?" Jeroen knikte. "Ja, dat wil ik. Jij wilt toch graag een kind? Het maakt mij niet uit als het biologisch niet van mij is. Anna is ook niet van jou en jij houdt van haar als van een eigen kind. Ik snap goed dat je zelf een keer zwanger wilt zijn en alles wilt meemaken. En ik wil ook een kind van jou." Voor ik iets kon zeggen, ging hij verder:" Ik heb op internet zitten kijken en als we een kind willen van een spermabank komen we op een wachtlijst. De laatste jaren komen er steeds minder donoren, omdat ze niet meer anoniem mogen blijven. Ik las dat het jaren kan duren voordat je aan de beurt bent. Maar het hoeft niet per se via zo,n spermabank. Het kan ook op een andere manier..." Mijn mond zakte steeds verder open bij alles wat mijn vriend daar zat te vertellen, terwijl hij zijn broodje kroket zat te eten. Hoorde ik dat goed? Wilde hij wat ik wilde? Had hij ook op de zelfde sites zitten kijken als ik? Ik was ook al goed geïnformeerd. Had ook gelezen over spermadonoren en over wachtlijsten. En ik had toen ook al zitten denken aan... Ik werd ineens heel zenuwachtig. Het zou toch zeker niet waar zijn? En weer was jeroen de eerste die sprak." Ik vind dus wel dat het kind er recht op heeft te weten waar het vandaan komt. En als wij besluiten een kind te krijgen via een donor dan wil ik die donor zelf zoeken. En ik heb ook al iemand op het oog. Sterker nog, ik heb al iemand gevonden." Het moest niet gekker worden. Ik viel bijna van mijn stoel. Jeroen zat me daar doodleuk te vertellen dat hij al een donor had gevonden. Ik wist echt niet hoe ik het had." Dat meen je niet? Heb je...wie...?" Er verscheen een grote grijns op het gezicht van mijn vriend. hij pakte mijn handen vast en zei:"Wie denk je? Het is familie van me. Hij wil graag helpen."Theo," De neef en voetbalkameraad van Jeroen. De zoon van de tweelingbroer van Jeroens vader. Dit was te mooi om waar te zijn. Gewoon perfect. "Maar waarom heb je niet aan me verteld? Waarom heb je niet tegen me gezegt dat je hiermee bezig was? Je wist toch niet hoe ik erover dacht?" Jeroen lachte: "Schat ik ken je toch? En toen ik op de pc wat zoektermen intikte,zag ik in de historie dat jij al op die sites was geweest. Ik ben niet achterlijk. Een en een is nog steeds twee. Vorige week bij de voetbal heb ik er met Theo over gehad. Als jij het wilt, dan regelen we het." Ik moest lachen toen ik dacht aan hoe dat gesprek tussen die twee neven gegaan was. Op de tribune bij Ajax. Jeroen: "Ja,, voor de pot met die bal. Ja, doelpunt! Trouwens, Theo, nu we het er toch over hebben, zou jij mischien wat zaad kunnen afstaan voor Cis en mij. We willen een kind,maar ik ben ooit zo stom geweest om me te laten steriliseren. Theo: "O, ja natuurlijk. Geen probleem. Zeg maar wat ik moet doen.
Theo en Marian zijn een geweldige oom en tante. Ze hebben nooit iets laten merken aan Rik...
Zo makkelijk ging het natuurlijk niet. Er zijn heel wat gesprekken aan voorafgegaan. Het belangrijkste was dat met Marian, de vrouw van Theo, moe-der van zijn twee zonen. Een schat van een meid. Ze vond het prima. Ze zei heel lief dat ze zich goed kon voorstellen dat we graag een kindje wilden en ze was blij dat Theo kon helpen, maar ze wilde wel dat we het in een kliniek deden en dat het ’zo onpersoonlijk en klinisch mogelijk’ ging. Ik begreep precies wat ze bedoelde en dat was ook wat ik het liefst wilde. En we zouden een donorcontract laten opstellen waarin duidelijk vastgelegd werd dat er geen rechten en plichten waren.
We vonden een kliniek waar ze ons konden helpen. Theo werd onderzocht en gezond bevonden. De kwaliteit van zijn zaad werd gecontroleerd en dat was goed. Ook bij mij was alles in orde. Ik moest met ovulatietesten mijn cyclus gaan bijhouden. Er volgde een gesprek met de gynaecoloog en een psy-choloog. Theo en Marian kregen ook een gesprek. Toen dat allemaal achter de rug was en we groen licht hadden gekregen, moest Theo nog een keer ’aan het werk’. Zijn zaad werd ingevroren en opge-slagen. Het was goed. We besloten er vier maanden overheen te laten gaan voordat we zouden begin-nen. Dit om de gevoelsmatige afstand tussen de do-natie en de ontvangst wat te vergroten. Begin april 2006 was de eerste inseminatie. Een spannende tijd volgde. Helaas was het niet meteen raak. Maar bij de tweede poging, in juni, wel! We waren zo blij. De eerste die we het vertelden was Anna. Ze was helemaal verrukt.
”Mag ik opa en oma bellen?” vroeg ze. Dat mocht. ”Maar bel eerst maar naar tante Marian”, zei ik tegen haar. Dat deed ze. ”Ciska is in verwachting!” riep ze door de telefoon. We hoorden het gejuich van Marian door de telefoon heen. Toen ik haar even later aan de lijn had, zei ze: ”Ik ben zo blij voor je, meid. Het is je van harte gegund. Je wordt een geweldige moeder.”
Onze Rik wordt binnenkort al weer drie jaar. We hebben een heerlijk gezinnetje zo met z’n viertjes. Anna is gek met Rik en Rik is dol op zijn grote zus. Theo en Marian zijn een geweldige oom en tante. Ze hebben nooit iets laten merken van speciale aan-dacht voor Rik. Zelfs niet toen hij net geboren was en ze op kraamvisite kwamen. Theo had een bal meegenomen voor Rik. ”Over een jaar of zes ga je met je pa en mij en je neefjes mee naar Ajax”, zei hij. Dat vond ik zo mooi gezegd.
Onze ouders weten hoe het zit. De vader van Theo leeft niet meer. Jeroens vader zei: ”Wat mooi. Piet zou trots zijn geweest op zijn zoon.” Theo heeft zijn moeder niets verteld, die is aan het dementeren.
Rik gaan we het zeker vertellen. Dan zeggen we dat we graag een kindje wilden en dat papa geen goede zaadjes meer had en dat ome Theo ons wat zaadjes heeft gegeven. Zo ongeveer moet het. Hij moet op een natuurlijke manier en in alle openheid vertrouwd raken met het idee. Zo hebben we dat ook afgesproken met Theo en Marian en dat is ons ook aangeraden door de maatschappelijk werkster met wie we destijds een gesprek hebben gehad. We gaan er niet stiekem over doen. Ook Anna weet dat Theo onze donor is geweest. We hebben het haar verteld toen Rik een paar maanden was. ”O, wat aardig van ome Theo”, zei ze. En even later: ”Dan is Rikkie eigenlijk geen halfbroertje van me, maar een neefje. Nee, een achterneefje.” En weer wat later: ”Wij zijn best een bijzonder gezin.” Dat konden wij alleen maar beamen. Bijzonder, vooral in de zin van bijzonder gelukkig.
Vader wordt je door goed voor een kind te zorgen, niet door het te verwekken
Het blijft ons geheim
In mijn directe omgeving had ik meegemaakt dat een nichtje moeite had met zwanger worden, omdat het zaad van haar man van slechte kwa-liteit was. Iedereen wist het. Er werden op feestjes grapjes over gemaakt. Zo van: ”Nee, voor Dave geen bier meer, want dan zwemmen de zaadjes niet.” En: ”Flink blijven oefenen, hè!” als ze weggingen. En iedereen lachte dan. Mijn nichtje en haar man ook. Ze hadden er blijkbaar geen moeite mee dat iedereen het wist. Ik dacht toen al: ik zou dat nooit vertellen. Stel nou dat het niet lukt en ze een kind van een donor willen, dan weet iedereen dat. Niet wetende dat ik zelf ooit in eenzelfde soort situatie terecht zou komen.
Uiteindelijk heeft die nicht twee kinderen gekre-gen via ivf, maar ik twijfel soms wel. Dan denk ik: misschien is het toch wel van een donor en zeggen ze dat niet. En die twijfels waren er uiteraard nooit geweest als ze niet verteld hadden dat het zaad van Dave van slechte kwaliteit was.
Nou ja, ik wist dus dat ik dat niet wilde toen Tom en ik besloten dat we een kindje wilden. ”We ver-tellen het aan niemand, oké?” zei ik tegen Tom. ”Ik heb echt geen zin in dubbelzinnige opmerkingen of flauwe grapjes.” Tom vond het best om niks te zeggen, hoewel hij wel vond dat ik beren op de weg zag."Je gaat er al vanuit dat het lang gaat duren voor je zwanger bent. Wedden dat je over een maand zwanger bent?”
Noem het voorgevoel, noem het mijn overdreven pessimistische inslag, feit was dat ik een maand la-ter niet zwanger was. En de maand daarna niet en een half jaar later ook niet.
En zo kon het gebeuren dat ik zeven maanden na-dat ik gestopt was met de pil bij de huisarts zat met de mededeling dat we nu een jaar bezig waren (een leugentje om bestwil, maar ik hiéld het gewoon niet meer) en ik nog steeds niet zwanger was. De huisarts begon over temperaturen, maar dat deed ik al lang. Mijn menstruatie was regelmatig en ik wist precies wanneer mijn eisprong was. En daar had ik al maanden ’gebruik’ van gemaakt. Zelfs Tom wist dat niet. Die had geen idee waarom we elke maand steeds drie avonden achter elkaar vreeën (niet dat hij bezwaar had gemaakt!). Maar dat had tot danniet geholpen en ik was best wel bang. Had al veel gelezen op internet en dacht zelf stiekem dat het probleem wel eens bij Tom kon liggen. Dus toen de huisarts voorstelde om het zaad van Tom te la-ten onderzoeken vond ik dat uiteraard prima. Tom mopperde wel toen ik hem het plastic potje overhandigde, maar hij deed de volgende morgen braaf zijn werk. Ik bracht het potje met het sperma naar het laboratorium in het ziekenhuis, in de binnenzak van mijn jas, waar het op temperatuur bleef.
Een paar dagen later belde ik, met het hart in de keel, naar de huisarts voor de uitslag. En toen werd mijn vermoeden bevestigd. De assistente vertelde me dat er geen levende zaadcellen waren aangetroffen in het sperma van mijn vriend. Mijn wereld stortte in. De rest van de ochtend zat ik op de bank te huilen en te wachten totdat Tom me zou bellen. Toen hij belde, vertelde ik hem huilend de uitslag van het onderzoek. Hij vloekte. ”Maak maar een af-spraak bij de huisarts voor het eind van de middag”, zei hij. ”Ik ben rond drie uur thuis.” Toen hij thuis-kwam vielen we elkaar in de armen en huilden we samen. ”Lieverd, er zijn andere mogelijkheden”, zei Tom. ”Ik heb daar geen moeite mee. Jij?” Ik wil dat jij de vader bent van mijn kind”, zei ik. En toen zei Tom iets wat ik nooit zal vergeten: ”Vader word je door goed voor een kind te zorgen, niet door het te verwekken. En weet je, Lisa, ik heb liever deze uitslag dan dat we te horen zouden krij-gen dat jij onvruchtbaar bent.” Op dat moment hield ik meer van hem dan ooit.
Er werd gezocht naar een donor die zoveel mogelijk dezelfde uiterlijke kenmerken had als Tom
Het ging allemaal heel soepel en snel. De huisarts vertelde ons dat er met deze uitslag geen andere opties waren dan kunstmatige inseminatie met do-norzaad. Of adoptie natuurlijk. Tom zei meteen dat we graag in aanmerking wilden komen voor KID, zoals dat heet. De huisarts gaf ons de naam van een gynaecoloog in een ziekenhuis bij ons in de buurt die inseminaties deed en ook gaf hij ons de naam en het adres van een kliniek waar we terecht konden voor donorsperma. En hij wees ons op de mo-gelijkheid zelf een geschikte donor te zoeken. Dat weekend hebben we ons opgesloten in huis en uren gepraat. We besloten ervoor te gaan. We wilden een kind van een anonieme donor. We zouden het aan niemand vertellen. Als we een kind zouden krijgen, zou niemand weten hoe het er gekomen was. Dit vooral omdat we er nog niet uit waren of we ooit aan ons kind zouden vertellen dat Tom niet de biologische vader was. En stel je voor dat iemand zijn mond voorbij zou praten. Nee, het zou voorlopig ons geheim blijven.
Nog geen maand daarna hadden we een afspraak in de kliniek. We moesten formulieren invullen en kregen een gesprek met een psycholoog. We werden ’goedgekeurd’. Ze zouden op zoek gaan naar een donor die zoveel mogelijk dezelfde uiterlijke kenmerken had als Tom. Ook gingen we naar de gynaecoloog die mij onderzocht. Daarna belde ik naar de kliniek waar we ingeschreven stonden en wat bleek: ze hadden een geschikte donor voor ons! Ik wist niet wat ik hoorde, zo snel al! Ook Tom was blij. ”Nou, dan moet het maar zo snel mogelijk gebeuren”, zei hij.
Soms moeten we stiekem lachen als de familie van Tom zegt dat de kinderen zoveel op hem lijken
Vier maanden later (ik had van de gynaecoloog drie maanden een schema van mijn cyclus moeten bij-houden) reden we naar de kliniek waar we het zaad gingen ophalen. We zouden het ingevroren sperma meekrijgen in een kleine container met vloeibare stikstof. Het was grappig. Tom zei: ”Zullen we op de terugweg ergens lunchen?” Maar wat doen we dan met die container? Laten we die in de auto staan? Stel je voor dat-ie gestolen wordt!” zei ik. Tom moest lachen.keurig op tijd ongesteld. En toen… bij de derde poging… was het raak! Ik deed de test, net als de twee voorgaande keren, een dag voordat ik bloed moest laten prikken in het ziekenhuis. En ik was zwanger! Niet te vroeg juichen, schat”, zei ik toen ik die ochtend met de zwangerschapstest in mijn handen bij Tom onder de douche stapte. ”Ik moet morgen pas bloed laten prikken. Maar dit is volgens mij een duidelijke ja. Ik denk dat je papa wordt.” Tom was door het dolle heen. In het begin van mijn zwangerschap hebben we het er af en toe nog over gehad, over de manier waarop ik zwanger was geraakt. Ik wilde van Tom weten hoe het voor hem voelde dat hij niet de biologische vader was. Maar hij verzekerde me steeds dat het voor hem geen verschil maakte. En áls ik nog twij-fels had gehad, dan waren die verdwenen op het moment dat Tessa werd geboren. Tom was trots en zo verliefd als een vader op zijn dochter kan zijn.
En dat is hij nu, acht jaar later, nog steeds. Op Tessa en Emy. Want tweeënhalf jaar na Tessa werd Emy geboren. Ja, Emy is van dezelfde donor als Tessa. Dat was destijds al besproken en geregeld, zeg maar. Toen we een tweede kindje wilden, was net die wet veranderd dat donoren niet meer anoniem mochten blijven. Maar voor de donoren die al ’besproken’ waren en in de vriezer lagen (nou ja, het zaad dan), gold dat niet.
Ze zijn nu acht en vijf, die twee kanjers van ons. Nee, niemand weet dat Tom niet de biologische vader is van onze meiden. Soms moeten we samen wel stie-kem lachen als familie van Tom zegt dat ze zo op hun vader lijken. Laatst wilde Toms vader Emy leren schaatsen. Hij deed de schaatsen bij haar aan en ze stond op en schaatste meteen weg. Ze hoefde het helemaal niet te leren. Mijn schoonmoeder was verrukt: ”Het ging precies zoals bij Tom toen hij klein was. Die kon ook meteen schaatsen. Nou, het is wel duidelijk van wie ze dat heeft.” Dan lachen Tom en ik naar elkaar. Nee, we zijn er nog niet uit of we het ooit aan de meiden zullen vertellen. Als het niet nodig is… ik denk het niet. Ik denk dat het ons geheim blijft.
Tekst José de Jonge
Bron: Mijn Geheim
Ik wil José de Jonge en het blad Mijn geheim bedanken dat ik dit verhaal mocht plaatsen op onze website..